Aan het Rapenburg in Leiden staat de Bibliotheca Thysiana: een 17de-eeuwse bibliotheek waarin een collectie van meer dan 2500 boeken al ruim 350 jaar vrijwel onveranderd bewaard is gebleven. Het is de enige bibliotheek in Nederland uit deze periode die nog in haar oorspronkelijke behuizing bestaat.
De bibliotheek werd gebouwd voor de boekenverzameling van slechts één man: Johannes Thys, die op 32-jarige leeftijd overleed.
De droom van een jonge verzamelaar
Johannes Thys (1621–1653) werd geboren in Amsterdam en verhuisde na het overlijden van zijn vader op jonge leeftijd naar Leiden. Op veertienjarige leeftijd schreef hij zich als letterenstudent in aan de Universiteit van Leiden.
Tijdens zijn studie legde hij een omvangrijke boekencollectie aan. Het ging om een zogenoemde humanistenbibliotheek: een verzameling met werken van klassieke auteurs en boeken over de belangrijkste kennisgebieden van de Renaissance, zoals geschiedenis, recht, theologie en filosofie.
Na zijn studie maakte hij een Grand Tour - een educatieve reis langs culturele centra in Europa, waaronder Engeland en Frankrijk. Tijdens deze reis breidde hij zijn collectie verder uit. In 1652 promoveerde hij in de rechten.
In zijn testament bepaalde Thys dat zijn boeken bijeen moesten blijven en gebruikt moesten kunnen worden “tot publieke dienst der studie”. Daarmee legde hij de basis voor de Bibliotheca Thysiana. Kort daarna overleed hij op 32-jarige leeftijd.
Een bibliotheek aan het Rapenburg
De Bibliotheca Thysiana werd in 1655 gebouwd aan de westzijde van het Rapenburg, op de hoek met de Groenhazengracht. In de 17de eeuw ontwikkelde deze omgeving zich tot een woongebied voor welgestelde Leidenaren.
Het gebouw heeft het karakter van een stadspand en is uitgevoerd in het Hollands classicisme, met een strakke symmetrische opbouw en toepassing van klassieke vormen. Het ontwerp wordt toegeschreven aan de Leidse stadsarchitect Arent van ’s Gravensande, die ook verantwoordelijk was voor de Lakenhal. Hoewel hij vermoedelijk niet meer bij de uitvoering betrokken was, wijzen verschillende aanwijzingen erop dat hij het ontwerp heeft gemaakt.
De voorgevel is opgetrokken in natuursteen en legt de nadruk op de eerste verdieping, waar de bibliotheekzaal zich bevindt. Ionische pilasters (platte zuilen) en een klassiek hoofdgestel bepalen het gevelbeeld. Onder de ramen zijn natuurstenen platen aangebracht met de naam van Johannes Thys en het opschrift “Bibliotheca”; centraal is het familiewapen opgenomen. Bovenin is het bouwjaar 1655 in Romeinse cijfers weergegeven.
Een interieur dat de tijd heeft doorstaan
Op de begane grond bevindt zich een hal met een monumentale dubbele trap, die uitkomt in de bibliotheekzaal op de eerste verdieping. Deze ruimte is grotendeels bewaard gebleven in haar 17de-eeuwse vorm.
Langs de wanden staan boekenkasten, die aan de noordzijde door vensters worden onderbroken. Aan de zuidzijde bevindt zich een gesloten kast, geflankeerd door Ionische pilasters, waarin het familiearchief werd bewaard. De kast is voorzien van decoratief schilderwerk van Jan de Vos; in het hoofdgestel is het familiewapen van Thys opgenomen. De kasten zijn van de middenruimte gescheiden door een gangpad en een balustrade, zodat bezoekers niet zelf boeken uit de kasten konden nemen.
In de middenruimte is een houten leestafel geplaatst, vervaardigd door meestertimmerman Willem van der Helm. Tot de inventaris behoren verder een boekenmolen en een atlas van Willem Blaeu, met bijbehorende kast.
Opmerkelijk is de rode feniks boven de boekenkast aan de achterzijde van de zaal. De herkomst van dit motief is onbekend, maar de feniks wordt doorgaans gezien als symbool van wedergeboorte. Een passende gedachte voor een plek waar kennis van generatie op generatie wordt doorgegeven.
Een bibliotheek met een eigen bewaarder
Het beheer van de bibliotheek was vastgelegd in het testament van Johannes Thys. Hij bepaalde dat een toezichthouder, de custos (Latijn voor ‘bewaarder’), verantwoordelijk zou zijn voor de collectie en het gebruik van de bibliotheek.
De functie van custos werd in de loop van de tijd door verschillende personen na elkaar vervuld. Marcus du Tour trad op als eerste custos en hield toezicht op de uitvoering van het testament en het functioneren van de bibliotheek.
Het custodesschap was vaak geen hoofdberoep. Zo was een van de 17de-eeuwse bewaarders, Hendrik de Vogel, daarnaast werkzaam als pruikenmaker.
Thys bepaalde dat iedere custos zelf een opvolger moest aanwijzen. Als dat niet gebeurde, zou het beheer overgaan naar de rector en professoren van de Universiteit Leiden. In 1768 werd deze bepaling van kracht en kwam de bibliotheek onder beheer van de universiteit.
Wonen tussen de boeken
Op de begane grond is de woning van de custos ondergebracht. Hier woonde de bewaarder van de bibliotheek, vaak met zijn gezin, direct onder de bibliotheekzaal.
De woning is in de loop der tijd aangepast aan veranderende woonwensen en heeft daardoor minder van haar oorspronkelijke 17de-eeuwse karakter behouden.
Tijdens restauraties zijn hier verschillende oudere elementen teruggevonden. Zo kwam achter latere betimmeringen een 17de-eeuws eikenhouten deurportaal met glas-in-lood aan het licht. Dergelijke vondsten geven inzicht in de oorspronkelijke inrichting van het gebouw. Deze fragmenten zijn tijdens de restauratie behouden en waar mogelijk weer zichtbaar gemaakt.
Restauratie en behoud
In de 20ste eeuw is de Bibliotheca Thysiana meerdere malen gerestaureerd. In 1958 werd onder meer de monumentale trap hersteld. In 1997 werd het gebouw overgedragen aan Hendrick de Keyser Monumenten, die het pand in 1998 opnieuw liet restaureren.
Bij deze restauratie zijn latere toevoegingen verwijderd die het oorspronkelijke karakter verstoorden, zoals een trap naar de zolder. Tegelijkertijd zijn historische onderdelen hersteld en beter zichtbaar gemaakt.
De boekencollectie is ondergebracht bij de Stichting Bibliotheca Thysiana, die verantwoordelijk is voor het beheer en behoud ervan.
In de collectie van Hendrick de Keyser Monumenten
De Bibliotheca Thysiana is opgenomen in de collectie van Hendrick de Keyser Monumenten als zeldzaam voorbeeld van een 17de-eeuwse bibliotheek waarin gebouw, interieur en collectie als één geheel bewaard zijn gebleven. De particuliere boekenverzameling van Johannes Thys bevindt zich nog altijd op de oorspronkelijke plaats, samen met onderdelen van de oorspronkelijke inrichting, zoals de leestafel en de boekenmolen.
De Bibliotheca Thysiana is niet vrij toegankelijk. De collectie wordt gebruikt voor studie en onderzoek en is te raadplegen via de Universitaire Bibliotheken Leiden. Hendrick de Keyser Monumenten organiseert daarnaast incidenteel rondleidingen voor leden, waarbij het mogelijk is het gebouw en de bibliotheekzaal te bezoeken. Houd de nieuwsbrief en agenda in de gaten voor actuele informatie hierover.
Hoor Hendrick
Ontdek de verborgen verhalen achter de gevel van Bibliotheca Thysiana met Hoor Hendrick.
Beluister hieronder het fragment.