In het museumkwartier in Utrecht sluit een groot, statig pand de zichtas van de Lange Nieuwstraat af: de Utrechtse Fundatie van Renswoude. Dit markante gebouw werd in 1756 ontworpen door de bouwmeester en steenhouwer Joan Verkerk (1699-1769) in Lodewijk XV-stijl en geldt als één van de best bewaarde ensembles uit deze tijd. Het werd gesticht uit de omvangrijke nalatenschap van Maria Duyst van Voorhout, als opleidingsinstituut voor talentvolle weeskinderen.
De Utrechtse Fundatie
Het complex bestaat uit drie vleugels van drie bouwlagen, die in U-vorm aan de achterzijde een binnentuin omsluiten.
De voorgevel is zo goed als symmetrisch. De zijvleugels zijn opgetrokken in baksteen op een hardstenen plint. In de linkervleugel ligt de ingangspartij, terwijl de rechtervleugel al langer niet meer tot het bezit van de Fundatie behoort. Het middendeel van de voorgevel is volledig opgetrokken in natuursteen, om de kostbaarheid van dit bijzondere gebouw te benadrukken. Dit deel springt enigszins naar voren (een zogeheten middenrisaliet) en wordt visueel begrensd door twee Korinthische pilasters die een verhoogde lijstgevel dragen. De middenas wordt benadrukt door het lofdicht in marmer gebeiteld ter ere van Duyst van Voorhout, de sierlijke voluten rond het middelste raam op de eerste verdieping en net onder de kroonlijst het wapenschild van de familie.
De achtergevel is sober in vergelijking met de voorgevel en geheel opgetrokken in baksteen. De middenas wordt hier geaccentueerd door drie blinde vensters, waarvan de bovenste is gedecoreerd met een zonnewijzer.
Der Duitsen Laatste Telg, Renswoudes edele vrouw,
Schonk Utrechts kinderhuis, dit treffelijk gebouw,
Om de ouderloze jeugd in kunsten te onderwijzen.
Een interieur in Lodewijk XV-stijl
Achter de voordeur ligt een lange gang, verfraaid met weelderig stucwerk in Lodewijk XV-stijl. Een eikenhouten, monumentale trap, gedecoreerd met houtsnijwerk van Adrianus Beertens, leidt naar de regentenzaal. Halverwege de gang verbindt een tweede trap alle verdiepingen met elkaar. De trap is gesneden in kostbaar mahoniehout en aan de onderzijde afgewerkt met rococostucwerk.
Boven de toegangsdeuren naar andere vertrekken – de portrettenkamer, de garderobe, de keuken, de collegezaal en het kantoor van de chatelaîne (conciërge) – zijn in stuc beeltenissen aangebracht van verschillende disciplines die in dit gebouw werden onderwezen. Penselen en een schildersezel verwijzen bijvoorbeeld naar schilderkunst, een globe, passer en meetinstrumenten herinneren aan vakken als navigatie en bouwkunde.
De portrettenkamer en de collegezaal
De portrettenkamer, links achter de voorgevel, werd in eerste instantie gebruikt om privélessen te geven. Zo ontving de schrijfster Belle van Zuylen hier bijvoorbeeld wiskundeles. Aan de wanden hangen portretten van de regenten. In de 20ste eeuw zijn de getekende portretten van de eerste leerlingen, die werden opgeleid tot architect, schilder of chirurgijn, toegevoegd. De groenkleurige betimmering is toen ook aangebracht.
Aan het einde van de gang ligt de grote collegezaal. De zaal kreeg in 1937 een historiserende inrichting, alsof het ook een regentenzaal is geweest. De groengeschilderde grenenhouten tafel in het midden van de zaal dateert nog uit de collegezaaltijd. In een vitrinekast in Lodewijk XV-stijl zijn delen van twee bijzondere, Chinese porseleinen serviezen in het bezit van de Utrechtse Fundatie tentoongesteld: het haantjesservies en het wapenservies. Met name het wapenservies is uitzonderlijk groot en omvat zo’n 300 stuks. Het is gedecoreerd met een gouden bies, het wapenschild van de baron Van Reede, de echtgenoot van Maria Duyst, en bloemen in de emaille: geel, groen, blauw en roze.
De regentenzaal
De voornaamste ruimte is de regentenzaal, gelegen in de middelste vleugel op de beletage. De ruimte wordt gezien als één van de Nederlandse topstukken van de Lodewijk XV-stijl. Het plafond is voorzien van weelderig en golvend stucwerk, afgezet met gouden en lichtgroene accenten. In het midden verbeeldt een plafondstuk van oud-leerling Jan Craco (1745-1806) een wolkenhemel met putti. Vier bovendeurstukken verbeelden de vier seizoenen. Blikvanger in de kamer is een lichtgrijze marmeren schouw, naar ontwerp van Verkerk. De schouw is een eerbetoon aan Maria Duyst van Voorhout. Het omvat een portret van Maria, geschilderd door Jan Maurits Quinkhard, een lovende tekst en zestien wapenschilden die illustreren dat haar voorouders van hoge komaf waren. De regentenzaal bevat ook nog twee portretten van Maria Duyst en haar echtgenoot Frederik Adriaan van Reede, geschilderd door Adriaen van Heusden rond 1685.
In het midden van de zaal staat een eikenhouten vergadertafel uit 1764. In 1862 besloten de regenten de tafel te verfraaien met twee bronzen colonnes waar later lampenkappen op zijn aangebracht. De armstoelen rond de tafel zijn vervaardigd in notenhout en komen uit de 18de eeuw. De rug en de zitting zijn tijdens de restauratie in 1988 opnieuw bekleed met een blauwfluwelen stof met 18de-eeuwse bloemmotieven. De zaal bevat ook nog twee eikenhouten commodes in neoclassicistische stijl uit de 18de eeuw.
Waarom in de collectie van Hendrick de Keyser Monumenten
De Utrechtse Fundatie van Renswoude heeft één van de belangrijkste, gaaf bewaarde Lodewijk XV-interieurs van Nederland. De unieke samenhang tussen het gebouw en zijn historische inboedel is uitzonderlijk, niet alleen door de meubels die hier al sinds de bouwtijd staan, maar ook door de vele toevoegingen die de hechte band van de Fundatie met zijn leerlingen weerspiegelen, zoals bijvoorbeeld de schilderingen van Jan Craco. Het maakt de Fundatie van bijzonder belang voor de collectie van Hendrick de Keyser Monumenten, die sinds 1936 ook al het voormalige Fundatiegebouw in Delft bezit.
Maria Duyst en de Fundatie van Renswoude
Maria Duyst van Voorhout (1662-1754) werd geboren in een rijk geslacht van kooplieden, waar zij de laatste telg van was. In 1681 trouwde ze met de Leidse regent Dirk van Hoogeveen, die slechts twee jaar later overleed. In 1685 hertrouwde zij met baron Frederik Adriaan van Rede. Ze kregen samen één dochtertje dat na 15 maanden overleed. Haar familie was echter niet te spreken over haar nieuwe echtgenoot; vooral haar grootmoeder was bang dat hij er met hun familiekapitaal vandoor ging.
Hoewel Maria altijd de beschikking over haar kapitaal in eigen handen hield, investeerde ze wel in het grondbezit van haar echtgenoot. Zo legden ze rond kasteel Renswoude een bos en een park aan. Hier bracht Maria veel tijd alleen door omdat Frederik tot 1730 belangrijke internationale diplomatieke functies bekleedde. In het voorjaar van 1730 kwam hij in moeilijkheden toen zijn naam viel tijdens sodomieprocessen en vluchtte hij naar het buitenland. Hij overleed acht jaar later. Maria overleed in 1754 en liet haar hele vermogen na om drie Fundaties te realiseren: in Delft, Den Haag en Utrecht, “om de ouderloze jeugd in kunsten te onderwijzen”.
De oprichting van de Utrechtse Fundatie
In Utrecht begonnen de negen eerste leerlingen op 10 oktober 1761. Aan het hoofd van de Fundatie stonden regenten die verantwoordelijk waren voor het Kinderhuis en het onderwijs. Met de oprichting van hogereburgerscholen in 1863 kregen de leerlingen extern onderwijs, maar bleven ze wel in de Fundatie wonen. In 1970 sloot het Kinderhuis en vanaf 1975 werden ruimtes verhuurd om inkomsten te genereren voor het onderhoud van het gebouw. In 1985 werd de Stichting Maria Duyst van Voorschot opgericht en werd het pand in deze stichting ondergebracht.
Restauratie & verkoop
In 1988 werd het pand gerestaureerd. Het houtwerk en de kap bleken ernstig aangetast, de verwarming werd vernieuwd en de keuken voorzien van moderne apparatuur. De keuken heeft verder nog grotendeels zijn oorspronkelijke aankleding, met broodoven en hardstenen gootsteen en wanden bekleed met witte tegeltjes, witjes genoemd. Tijdens de restauratie zijn ook de schilderingen in de regentenzaal schoongemaakt en waar nodig gerestaureerd
In 2024 besloot de Stichting het gebouw te verkopen; om de toekomst van de Stichting Fundatie van Renswoude te kunnen garanderen en zich volledig op de kerntaken te kunnen richten. De Fundatie geeft vandaag de dag nog steeds beurzen aan studenten die zelf geen hogere opleiding kunnen betalen en niet in aanmerking komen voor de overheidsbeurzen. In 2026 kocht Hendrick de Keyser Monumenten het pand met genereuze steun van Vereniging Rembrandt en Fonds 1999.