Wie de Nederhof nu ziet, zou niet snel denken dat dit gebouw ooit deel uitmaakte van een van de meest indrukwekkende paleiscomplexen van de Oranjes. De Nederhof werd gebouwd voor de paarden, koetsen en het personeel van prins Frederik Hendrik, maar kreeg óók een verrassend luxe kant. Het paleis is al meer dan twee eeuwen verdwenen en ook van de Nederhof bleef maar een deel bewaard. Maar anders dan het paleis kreeg de Nederhof een nieuw leven: tegenwoordig is het historische complex een plek om te wonen.
Een paleis voor prins Frederik Hendrik
Prins Frederik Hendrik (1584–1647), zoon van Willem van Oranje en vanaf 1625 stadhouder van de Republiek, kocht in 1612 de heerlijkheid Honselersdijk. Op het terrein stond toen nog een middeleeuwse burcht. Op de fundamenten daarvan liet hij tussen 1621 en 1631 een nieuw paleis bouwen.
Samen met zijn vrouw Amalia van Solms maakte Frederik Hendrik van Honselaarsdijk een buitenverblijf waar gasten uit binnen- en buitenland konden worden ontvangen. Het paleis en de tuinen werden steeds verder uitgebreid en aangepast aan de nieuwste Franse mode. Architecten als Jacob van Campen en Pieter Post waren bij de verschillende bouwcampagnes betrokken.
Frederik Hendrik hield zelf nauwlettend in de gaten wat er gebeurde. Zelfs vanuit zijn legerkamp bemoeide hij zich met de bouw: in een brief gaf hij aanwijzingen en op bouwtekeningen tekende hij met potlood zijn eigen wijzigingen in.
Een nieuw gebouw voor paarden, koetsen en personeel
Naarmate het paleis groeide, waren ook nieuwe gebouwen nodig voor alles wat zich achter de schermen van het hof afspeelde. In 1640 begon daarom de bouw van de Nederhof, aan de oostzijde van de paleistuin. Het werd een groot stallen- en dienstcomplex met paardenstallen, een schuur, een koetshuis en vertrekken voor personeel.
Het complex was indrukwekkend van formaat: ruim 107 meter lang en 59 meter breed. In de zuidvleugel alleen al was plaats voor 46 paarden. De oostvleugel bevatte dienstvertrekken en onder meer de woning van de rentmeester. Hoge paviljoens op de hoeken staken als torens boven de lagere vleugels uit.
Een stukje paleis in de Nederhof
Een paar jaar na de bouw werd de Nederhof uitgebreid. Tussen 1644 en 1646 kwam aan de kant van de paleistuin een derde vleugel, waardoor het complex zijn U-vorm kreeg. Deze nieuwe vleugel was niet bestemd voor paarden, koetsen of personeel, maar werd ingericht als verlengstuk van het paleis. Waarschijnlijk was het ontwerp van architect Pieter Post.
Aan de tuinzijde liep een open galerij met vijftien bogen. Hier bevonden zich ook een hofkapel en een schilderijenzaal. De kapel kreeg onder meer een preekstoel, een orgel en speciale zitplaatsen voor de prins en zijn gevolg.
De zaal van Amor en Psyche
Een van de rijkste vertrekken in deze nieuwe vleugel was de schilderijenzaal, ook wel de Amor en Psychezaal genoemd. Decoratieschilder Mathieu Dubus beschilderde de houten betimmeringen zo dat ze op kostbaar marmer en albast leken. Putti – geschilderde kinderfiguurtjes – en slingers van bladeren en bloemen maakten de decoratie compleet.
Voor de wanden bestelde Frederik Hendrik tien schilderijen bij de Antwerpse kunstenaar Gonzales Coques. Samen vertelden ze het verhaal van Amor en Psyche. Van deze rijke inrichting is vrijwel niets bewaard gebleven. Tijdens de restauratie van 1976 kwam wel een fragment van de oorspronkelijke beschilderde wandbetimmering tevoorschijn.
Van paleiscomplex tot fietsenwinkel
Na de dood van Frederik Hendrik in 1647 kwam Honselaarsdijk in handen van zijn zoon Willem II. Later verbleef ook Willem III er regelmatig en hield er jachtpartijen. Na zijn dood in 1702 kwam het bezit bij Frederik van Pruisen terecht. In 1754 kochten de Oranjes het terug, maar het paleis was inmiddels sterk in verval geraakt.
In 1756 werd de Nederhof ingrijpend verkleind. Twee van de vier hoekpaviljoens verdwenen en de vleugels werden voor meer dan de helft ingekort. De overgebleven gebouwen werden gebruikt als stallen, opslagplaatsen en woningen. Het paleis zelf werd uiteindelijk in 1815 afgebroken.
De Nederhof bleef staan, maar kreeg in de negentiende en twintigste eeuw heel andere functies. Een deel werd dorpsschool en later onder meer brandweerkazerne, arrestantenlokaal en timmerwerkplaats. Naast de poort kwam zelfs een fietsenwinkel. Het eigendom raakte versnipperd en het gebouw werd steeds verder aangepast. Ramen en deuren werden dichtgezet of verplaatst, gevels gepleisterd en op de binnenplaats verschenen allerlei aanbouwen.
De oude Nederhof komt weer tevoorschijn
In 1975 kwam het hele complex in handen van de gemeente Naaldwijk. Een jaar later volgde een grote restauratie. Daarbij kwamen achter latere verbouwingen bijzondere onderdelen van de zeventiende-eeuwse Nederhof tevoorschijn. In de noordvleugel werden bijvoorbeeld de dichtgezette bogen van de voormalige tuingalerij teruggevonden. Ook delen van de oude kapconstructie, een oorspronkelijk kruiskozijn en het fragment van de beschilderde wandbetimmering bleven bewaard.
Tijdens de restauratie werden ook de twee verdwenen hoekpaviljoens gedeeltelijk teruggebracht. Ze kregen ongeveer de helft van hun oorspronkelijke hoogte. Dat levert een opvallend detail op: de Nederhof heeft er vroeger nooit precies zo uitgezien als nu. De oorspronkelijke zeventiende-eeuwse paviljoens waren veel hoger en staken boven de vleugels uit.
In de collectie van Hendrick de Keyser Monumenten
In 2006 werd de Nederhof overgedragen aan Hendrick de Keyser Monumenten, die sindsdien zorg draagt voor dit bijzondere restant van paleis Honselaarsdijk.
In de jaren daarna is op verschillende momenten aan het complex gewerkt. Zo vonden herstelwerkzaamheden plaats aan onder meer het dak en de tuinmuur en werd ook de tuin zelf aangepakt. In 2017-2028 heeft een grote asbestsanering plaatsgevonden waarbij alle verdiepingsvloeren en onderliggende plafonds eruit moesten omdat de asbest daartussen was aangebracht. Dat was een grote en zeer kostbare operatie. In 2022 werden drie nieuwe woonunits gerealiseerd, waardoor er ruimte kwam voor meer bewoners.
De Nederhof vandaag
Tegenwoordig wonen in de Nederhof jongvolwassenen die ondersteuning krijgen om zo zelfstandig te kunnen wonen. Zij hebben een eigen woonruimte en maken ook gebruik van gezamenlijke ruimtes en de grote tuin. Sinds 2021 wordt de zorg verzorgd door Bon Aparte Zorg.