Wie Sparrendaal binnenstapt, ontdekt een huis waarin bijna drie eeuwen geschiedenis samenkomen. Beschilderde behangsels, rijk stucwerk en historische vertrekken bleven bewaard, terwijl opeenvolgende bewoners het huis steeds aanpasten aan hun tijd. Ook bijzondere gasten kwamen hier over de vloer, onder wie stadhouder Willem V en koning Lodewijk Napoleon.
De geschiedenis van de huidige buitenplaats begint in 1754, toen de eerste steen werd gelegd.
Een buitenplaats voor een oud-burgemeester
Sparrendaal werd in 1754 gebouwd in opdracht van de Utrechtse oud-burgemeester Jacob van Berck en zijn vrouw Susanna le Leu de Wilhem. Een jaar eerder had Susanna een groot vermogen geërfd van haar moeder, wat de bouw vermoedelijk mogelijk maakte. Hun dochter Maria Constantia legde op 20 maart 1754 de eerste steen.
Sparrendaal kreeg de klassieke opzet van een achttiende-eeuwse buitenplaats: een vrijstaand hoofdhuis aan een groot voorplein, met aan weerszijden een bijgebouw. Deze deden oorspronkelijk dienst als washuis en koetshuis.
Wie Sparrendaal ontwierp, weten we niet. Wel zijn er overeenkomsten met andere buitenplaatsen die rond dezelfde tijd werden gebouwd.
Een sobere gevel met verrassende details
De gevel van Sparrendaal oogt vrij sober. De voor- en achteringang daarentegen zijn uitgevoerd in de sierlijke Lodewijk XV-stijl, die rond 1754 helemaal in de mode was.
Aan de voorzijde leidt een trap naar de dubbele voordeur onder een pauwenvenster. Daarboven valt het middelste venster op, met een zandstenen omlijsting en een Frans balkon met verguld smeedwerk. In 2026 werd het vergulde hekwerk aan het balkon gerestaureerd en teruggeplaatst.
Wie om het huis heen loopt, ziet aan de tuinzijde een heel ander gezicht: hier vormt de grote tuinzaal het middelpunt van de gevel.
Landschappen aan de wand
Binnen doet de indeling denken aan een groot Amsterdams grachtenhuis. Vanuit de vestibule loopt een dwarse gang over de breedte van het huis, met aan weerszijden de vertrekken. Opvallend is dat een monumentale trap ontbreekt: de trap naar de verdieping ligt verscholen aan het uiteinde van de gang.
Bijzonder aan Sparrendaal is het grote aantal beschilderde behangsels op de beletage. In de voorkamer rechts vullen ze de wanden boven de paarse lambrisering met idyllische landschappen en scènes uit het landleven. Zelfs de toegangsdeur gaat schuil in een van de schilderingen. De behangsels dateren waarschijnlijk uit het einde van de achttiende of het begin van de negentiende eeuw en kwamen mogelijk in de tijd van Petrus Judocus van Oosthuyse in het huis.
Ook de grote salon aan de achterzijde heeft een prachtige reeks geschilderde landschappen. Ze lijken door een andere schilder te zijn gemaakt dan die in de voorkamer en zijn mogelijk iets ouder. De deuren gaan vrijwel helemaal op in de beschilderde behangsels. Dat deze schilderingen er niet altijd hebben gehangen, weten we dankzij een boedelinventaris uit 1790: toen hingen in deze kamer maar liefst tachtig kleinere schilderijtjes.
Vier seizoenen in de tuinzaal
Midden aan de achterzijde ligt de tuinzaal, het grootste vertrek van Sparrendaal. Hier zijn de beschilderde behangsels vermoedelijk nog afkomstig uit 1754, het bouwjaar van het huis. Boven de zachtgrijze lambrisering hangen zes grote beschilderde doeken: vier verbeelden de seizoenen en twee tonen zeegezichten. Boven de deuren zijn chinoiserieën - decoraties in Chinese stijl - op papier aangebracht.
Via dubbele deuren geeft de tuinzaal direct toegang tot de tuin. Delen van de tuinaanleg zijn zelfs ouder dan het huidige huis. Bij de bouw van Sparrendaal werd de bestaande tuin grotendeels behouden en verder verfraaid. Waarschijnlijk liet Van Oosthuyse de tuin aan het begin van de negentiende eeuw aanpassen aan de toen modieuze landschapsstijl, met slingerpaden en vijvers.
Ook op andere plekken in het huis zijn bijzondere behangsels te vinden. Op de verdieping hangen in de huidige raadzaal achttiende-eeuwse wandschilderingen met idyllische taferelen van het landleven. Ze zijn afkomstig uit een huis aan de Koornmarkt in Delft en zo geschilderd dat ze op wandtapijten lijken.
Bewoners door de eeuwen heen
De eerste bewoners van het nieuwe Sparrendaal waren Jacob van Berck en Susanna le Leu de Wilhem. Van hun drie kinderen bereikte alleen hun dochter Maria Constantia de volwassen leeftijd. Na Jacobs overlijden in 1762 bleef Susanna nog bijna dertig jaar gebruikmaken van de buitenplaats, waarschijnlijk vooral in de zomermaanden.
Sparrendaal groeide uit tot een voornaam huis waar ook hooggeplaatste gasten kwamen. In 1768 bezochten stadhouder Willem V en zijn vrouw Wilhelmina van Pruisen de buitenplaats. Volgens een krantenbericht maakten zij een wandeling over de wandelpaden van Sparrendaal en werden ze door Susanna ontvangen voor een uitgebreid middagmaal.
In 1805 kwam Sparrendaal in handen van Petrus Judocus van Oosthuyse en zijn vrouw Margaretha de Jongh. Waarschijnlijk lieten zij zowel het huis als de tuin aanpassen. Een jaar later ontving Van Oosthuyse koning Lodewijk Napoleon. Voor zijn bezoek werd het huis feestelijk verlicht en stonden langs de lanen piramides met lampionnen. Napoleon dineerde op de eerste verdieping en bleef die nacht op Sparrendaal slapen.
Van buitenplaats naar gemeentehuis
In 1854 kwam Sparrendaal in bezit van het aartsbisdom Utrecht. Er waren plannen om het huis te gebruiken als grootseminarie, een opleiding voor toekomstige katholieke priesters. Uiteindelijk verrees daarvoor een nieuw gebouw naast Sparrendaal en werd de buitenplaats vanaf 1877 verhuurd.
Vanaf 1884 woonde Maria Louisa Jacoba van der Poll op Sparrendaal. Na het vroege overlijden van haar man Maurits van Vollenhoven bleef zij er met haar zoon wonen, vooral in de zomermaanden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden op het terrein Belgische en Franse vluchtelingen opgevangen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Sparrendaal door de Duitsers gevorderd. Na de oorlog woonden er tijdelijk gezinnen die geen woning hadden en raakte het huis steeds verder in verval.
In 1954 kocht de gemeente Driebergen-Rijsenburg Sparrendaal om het als gemeentehuis te gebruiken. Het huis werd gerestaureerd en verbouwd naar plannen van architect Johannes Bernardus van Asbeck. De historische vertrekken op de beletage werden gerestaureerd en op de eerste verdieping kwam een grote raadzaal. In 1977 verhuisde de gemeente naar een nieuw gemeentehuis. Sparrendaal bleef in gebruik voor vergaderingen en representatieve bijeenkomsten.
Waarom in de collectie van Hendrick de Keyser?
Sparrendaal is een van de weinige buitenplaatsen op de Utrechtse Heuvelrug waarvan de achttiende-eeuwse opzet en veel van het historische interieur bewaard zijn gebleven. Vooral de vele beschilderde behangsels zijn bijzonder; die in de tuinzaal dateren vermoedelijk zelfs uit de bouwtijd. Samen met de marmeren schouwen, stucplafonds en historische lambriseringen geven ze een rijk beeld van de wooncultuur op een achttiende-eeuwse buitenplaats.
Behouden voor de toekomst
In 2000 kwam Sparrendaal in bezit van Hendrick de Keyser Monumenten. Kort daarna werd het historische interieur gerestaureerd. Kleuronderzoek bracht aan het licht dat de voorkamer en salon in het verleden respectievelijk een paarse en groene afwerking hadden. Deze kleuren werden teruggebracht.
Ook de beschilderde behangsels werden gerestaureerd. Latere overschilderingen werden verwijderd en beschadigingen hersteld. Daarbij kwamen onder meer bloemguirlandes en een medaillon met een keizersportret weer tevoorschijn.
Het werk aan Sparrendaal ging daarna door. Tussen 2022 en 2024 werd een bijzondere achttiende-eeuwse pentekening uit het huis gerestaureerd. Het grote werk van Abraham en Dirk Verrijk toont Sparrendaal en de tuinen vanuit vogelvlucht, omringd door achttien kleinere tekeningen. Het is de oudste bekende afbeelding van de buitenplaats. Door de restauratie zijn veel details en kleuren weer beter zichtbaar.
Sparrendaal vandaag
Tegenwoordig wordt Sparrendaal gebruikt als evenementenlocatie. De historische vertrekken en de tuin vormen het decor voor uiteenlopende bijeenkomsten en activiteiten.
In augustus 2025 was Sparrendaal het toneel van Hendricks Karavaan, een reizend cultureel festival van Hendrick de Keyser Monumenten.
Ook leden van Hendrick de Keyser Monumenten kunnen het huis af en toe van binnen bekijken tijdens speciale ledenactiviteiten. Houd hiervoor de agenda in de gaten.