Icon search Icon Facebook Icon Instagram Icon Twitter Icon Play ANBI icon-checkbox Vriendenloterij Logo-CBF Bijzondere-locaties Bijzondere-locaties Monument-en-Bed Monument-en-Bed Museumhuizen icon-huren-nav Museumhuizen Hendrickdekeyser Hendrickdekeyser icon-maps icon-left icon-right icon-close icon-phone-call icon-email Kamers icon-lijst icon-perceeloppervlak icon-plattegrond icon-woonoppervlak icon-checkmark icon-buitenruimte icon-cart icon-remove icon-quote icon-calendar icon-guests
Waar ben je naar op zoek?
nieuw

Teylers Hofje

Koudenhorn 64, 2011 JE Haarlem, Noord-Holland

Teylers Hofje
Bouwjaar
1785
Jaar van verwerving
2020
Architect
Bouwstijl
Teylers Hofje

‘Teylers Hofje’, Koudenhorn 64, Haarlem 

Bouwjaar: 1785-1787, verwerving: 2020, restauratie: 1989-1991

Pieter Teyler van der Hulst

Het Teylers Hofje is vernoemd naar Pieter Teyler van der Hulst, een doopsgezinde zijdekoopman en geldhandelaar die in het midden van de achttiende eeuw één van de rijkste inwoners van Haarlem was. In 1729 kocht Teyler het Koldershofje aan de Grote Houtstraat, dat in de zeventiende eeuw was gebouwd op de restanten van een middeleeuws gasthuis. Het hofje werd in 1730 uitgebreid met twee dwarsvleugels en het stond hierna bekend als het Teylers Hofje. Teyler overleed in 1778, en liet per testament geld na aan bijna alle liefdadigheidsinstellingen in Haarlem. Zijn enorme nalatenschap werd beheerd door vijf vrienden, aangesteld als directeuren van wat later de Teylers Stichting zou worden genoemd. Onderdeel van zijn wensen was dat moest worden gekeken naar de uitbreidingsmogelijkheden van het hofje aan de Grote Houtstraat. Teyler bestemde het hofje voor dames van alle kerkelijke gezindten, een unicum op dat moment.

Leendert Viervant

Voor de uitbreiding van het hofje werden plannen gemaakt door architect Leendert Viervant (1752-1801), ook verantwoordelijk voor de beroemde Ovale Zaal van het uit de nalatenschap opgerichte Teylers Museum. De mogelijkheden tot uitbreiding werden door de directeuren echter te klein geacht, en het hofje werd mogelijk ook niet voornaam genoeg bevonden om de nalatenschap van Teyler te representeren. Er werd besloten op zoek te gaan naar een aan te kopen terrein, om een nieuw hofje te bouwen. In 1784 kochten de directeuren de leegstaande brouwerij ‘Het Gekroonde Hoefijzer’ aan de Koudenhorn, een kade langs het Spaarne. Naar plannen van Viervant verrees hier tussen 1785 en 1787 een nieuw Teylers Hofje. Het hofje aan de Grote Houtstraat werd verkocht en kwam bekend te staan als het Vrouwe- en Antoniegasthuis. Op 5 mei 1787 betrokken de bewoonsters het nieuwe hofje aan de Koudenhorn.

Een 'echt' hofje

Het Teylers Hofje is een hofje in de meest klassieke zin van het woord: het heeft vier vleugels rondom een royale binnentuin. Het bestaat uit een monumentaal poortgebouw waarin de regentenkamer en een beheerderswoning zijn opgenomen, en drie vleugels waarin 24 woningen werden ondergebracht. Het hofje is bijzonder monumentaal, wat een specifieke wens van de directeuren van de Teylers Stichting lijkt te zijn geweest. Viervant had de opdracht gekregen om een hofje te ontwerpen ‘in een deftige en welgeschikte Bouworde’. Met name de strenge, classicistische bouwstijl van de regentenkamer en het poortgebouw met vrijstaande zuilenportico, zijn kenmerkend voor de vormentaal die zich eind achttiende eeuw ontwikkelde in Nederland. De spaarzame decoratie van het exterieur van de voorgevel, met natuurstenen guirlandes boven de vensters en een brede kroonlijst, een fronton met snijwerk en een hoge attiek, geven het geheel een statig voorkomen. De regentenkamer, links in het poortgebouw, werd volledig bekleed met blank eikenhout, door middel van pilasters geleed in vakken. In het vertrek kwamen meubelen van verschillende Haarlemse leveranciers en een rijk bewerkte consoletafel naar ontwerp van Viervant zelf. Het vertrek wordt gedomineerd door een groot regentenportret door Wijbrand Hendriks, waarop de eerste directeuren van de Teylers Stichting zijn afgebeeld, de secretaris en Viervant zelf. De directeuren vergaderden oorspronkelijk op de laatste dinsdag van de maand en aten daarna gezamenlijk.

Wonen in het Teylers Hofje

De woningen in het hofje hebben één kamer met een bedstedewand met bedstede, inbouwkast en een trap naar een zolderverdieping die oorspronkelijk als bergruimte zal hebben gediend. Per twee delen de huisjes een portaaltje. In de zijvleugels waren twee ruimtes met secreten en spoelbakken opgenomen. Achter het geheel was een bleekveld voor het drogen van de was, de bewoonsters dienden de binnentuin vrij te laten, om niet af te doen aan de deftige uitstraling van het hofje. De bewoonsters ontvingen verschillende preuven, in 1807 bestonden deze uit dertig stuivers weekgeld, wekelijks een tarwebrood en vijf stuivers voor ‘grutterswaren’ en elk jaar vijfentwintig ton turf, veertig pond vlees, twee vaatjes boter en een zak aardappelen. Op de verjaardag van Teyler, 25 maart, kregen de bewoonsters een krentenbrood en een fles wijn. Dokters en apothekerskosten werden door de Teylers Stichting betaald, en als een bewoonster overleed werd honderd gulden voor de begrafenis beschikbaar gesteld.

Foto's: A. Bronkhorst

Lees meer over de verwerving van het Teylers Hofje