In het Sint Jans Gasthuis in Hoorn werden eeuwenlang zieken verpleegd in bedsteden langs de muren. Tegenwoordig kennen veel inwoners van Hoorn het vooral als kunstcentrum de Boterhal. Wie binnenkomt, ziet nog altijd hoe indrukwekkend de oorspronkelijke ziekenzaal moet zijn geweest. In de enorme ruimte waar vroeger lange rijen bedsteden stonden, is nu de expositieruimte. De zware plafondbalken rusten nog op de oorspronkelijke 28 gebeeldhouwde consoles uit 1563, met allerlei verschillende maskers, leeuwen- en mensenkoppen.
Een gasthuis voor reizigers, armen en zieken
In 1347 gaf graaf Willem V toestemming om in Hoorn een gasthuis op te richten, met Johannes de Doper als beschermheilige. Aanvankelijk bood het vooral onderdak en een maaltijd aan arme reizigers, zwervers en pelgrims. Later kreeg het gasthuis een steeds belangrijkere rol in de ziekenzorg.
In de zestiende eeuw groeide het gasthuis flink. Naast zieken werden er ook proveniers verzorgd: oudere mensen die zich tegen betaling konden inkopen voor huisvesting en verzorging.
Door ruimtegebrek verrees in 1563 een nieuw gebouw aan het Kerkplein: het Sint Jans Gasthuis dat er nu nog staat. Het maakte deel uit van een veel groter gasthuiscomplex en is daarvan als enige gebouw bewaard gebleven. De grote zaal op de begane grond diende waarschijnlijk als mannenziekenzaal.
Een opvallende gevel voor een ziekenzaal
Het Sint Jans Gasthuis is een van de mooiste vroege renaissancepanden van Nederland. Voor een gebouw waarin zieken werden verpleegd, kreeg het een opvallend uitbundige voorgevel, rijk versierd met beeldhouwwerk, natuursteen en bijzondere patronen in het metselwerk.
Boven de ingang staat het bouwjaar 1563 en hoger in de gevel bevindt zich een beeld van Johannes de Doper, de beschermheilige van het gasthuis. Ook zijn er medaillons met koppen die uit de gevel steken.
Blikvangers zijn de zes grote gebeeldhouwde klauwstukken langs de trappen van de trapgevel, met manshoge figuren tussen krullende versieringen. Voor de vormgeving lieten de makers zich waarschijnlijk inspireren door prenten van Vlaamse kunstenaars.
Zelfs het metselwerk is bijzonder. De bakstenen zijn aan alle kanten geslepen, zodat ze vrijwel naadloos op elkaar aansluiten. Uit een bewaard gebleven rekening weten we dat het stadsbestuur de stenen al in 1561 in Wijdenes kocht. In het haarfijne voegwerk verwerkten de meestermetselaars allerlei patronen en metselmozaïeken. Bij een latere restauratie bleek het bijzonder lastig om dit verfijnde voegwerk te herstellen, omdat het eerder niet op de juiste manier was gerestaureerd.
Zieken in ‘koetsen’
De voormalige ziekenzaal op de begane grond is ruim twintig meter lang, zeven meter breed en ruim vijf meter hoog. Langs de muren stonden de bedsteden waarin de zieken werden verpleegd. Deze bedden werden destijds ‘koetsen’ genoemd.
De zware plafondbalken worden ondersteund door 28 gebeeldhouwde zandstenen consoles uit 1563. Geen twee zijn hetzelfde. Tussen de figuren zijn putti en Hercules te herkennen, maar ook een lieflijk afgebeelde Medusa met slangen om haar hoofd en fantasiefiguren met menselijke en dierlijke trekken. Op sommige consoles zijn nog resten van de oorspronkelijke beschildering te zien.
Ook de verdiepingen werden volop gebruikt. Er werden onder meer kleding, kaas en enorme hoeveelheden turf opgeslagen. Op zolder is het hijsrad waarmee de turf naar boven werd getakeld nog bewaard gebleven.
Van ziekenzaal naar Boterhal
Tot 1840 deed het Sint Jans Gasthuis dienst als ziekenzaal. Daarna kreeg het gebouw verschillende andere functies. Vanaf 1860 gebruikte het Hoornse garnizoen het als magazijn voor kleding en wapens. Toen het garnizoen in 1922 uit Hoorn werd overgeplaatst, werd de benedenruimte ingericht als stadsboter- en eierhal, waar boter en eieren werden verhandeld. Aan deze periode dankt het gebouw de naam waaronder het in Hoorn nog altijd bekendstaat: de Boterhal.
In 1958 sloot de Boterhal en werd het gebouw een houtbewerkingswerkplaats. Sinds 1987 is in de Boterhal een kunstcentrum gevestigd en wordt de voormalige ziekenzaal gebruikt als expositieruimte.
Behouden voor de toekomst
In 2003 droeg de gemeente Hoorn het Sint Jans Gasthuis samen met vier andere monumenten over aan Hendrick de Keyser Monumenten. Tussen 2008 en 2012 restaureerde Hendrick de Keyser de gevels, de kap en het casco. Ook bijzondere details kregen aandacht. Zo werd het beeld van Johannes de Doper in de voorgevel in 2008 opnieuw beschilderd en verguld.
In 2015 kwam bij archeologisch onderzoek onder en achter het gebouw een gemetselde waterloop tevoorschijn. Een deel daarvan dateert van vóór de bouw van het huidige Sint Jans Gasthuis in 1563. Het is het oudste nog bestaande stuk riool van Hoorn en is inmiddels aangewezen als gemeentelijk archeologisch monument.
Om het Sint Jans Gasthuis ook in de toekomst goed te kunnen gebruiken, blijft aandacht nodig voor onderhoud en verduurzaming.
De verhalen van het Sint Jans Gasthuis
In dit fragment uit onze audioreeks Hoor Hendrick hoor je meer over de bijzondere gevel en de gebeeldhouwde figuren in de voormalige ziekenzaal. Waarom is het metselwerk zo bijzonder? En wie zijn er te herkennen tussen de 28 consoles?