Achter de vrij sobere 17de-eeuwse gevel van Herengracht 524 in de beroemde Gouden Bocht gaat een rijk 18de-eeuws interieur schuil. Hoogtepunt is de zaal in het achterhuis, met geschilderde behangsels van Jurriaan Andriessen, de voornaamste Hollandse behangselschilder van zijn tijd. In 1771 schilderde hij hier een weids landschap met bomen, waterpartijen, vergezichten en figuren.
Twee identieke huizen aan de Herengracht
Herengracht 524 staat aan de zuidzijde van de Herengracht, tussen de Vijzelstraat en de Reguliersgracht, in het deel dat bekendstaat als de Gouden Bocht. Dit deel van de gracht ontstond tijdens de grote stadsuitbreiding die bekendstaat als de Vierde Uitleg. In 1665 werden de kavels in dit bouwblok geveild. Gilbert de Flines kocht twee naast elkaar gelegen kavels en ook de percelen erachter aan de Keizersgracht.
Zijn zoon Philips liet hier rond 1697-1698 twee identieke koopmanshuizen bouwen: de huidige nummers 522 en 524. Hij bouwde ze als investering en verkocht beide huizen direct na de bouw.
Nummer 524 werd gekocht door koopman Thomas Boddens, die er met zijn vrouw Joanna van Ghesel ging wonen. Op het achtergelegen erf aan de Keizersgracht liet hij een koetshuis bouwen, met een stal voor zes paarden, ruimte voor koetsen en twee pakzolders. De zolders werden afzonderlijk verhuurd.
Van koopmanshuis naar deftig woonhuis
In 1757 kwam het huis in handen van de achttienjarige Joan van der Voort Gillisz. Hij leefde op grote voet. Volgens een tijdgenoot deed hij enorme uitgaven en had hij op een gegeven moment wel twintig paarden op stal. Uiteindelijk kon hij zijn rekeningen niet meer betalen en moest hij het huis in 1768 laten veilen.
De koper was Jacob van Ghesel jr., een neef van Joanna van Ghesel. Daarmee kwam het huis opnieuw in handen van de familie. Van Ghesel liet het tussen 1769 en 1771 grondig moderniseren in rococostijl. De gang, het trappenhuis en vooral de grote zaal aan de tuinzijde kregen daarbij een nieuwe inrichting.
Wonen en ontvangen op de bel-etage
De 18de-eeuwse indeling is in Herengracht 524 nog goed te herkennen. Beneden bevonden zich de keuken, berging en kamers voor het personeel. Op de bel-etage lagen de belangrijkste woon- en ontvangstvertrekken. Via de lange gang kwamen bezoekers uiteindelijk in de grote zaal, die over de volle breedte van het achterhuis ligt en uitkijkt op de tuin.
Bij de verbouwing van 1769–1771 liet Jacob van Ghesel ook de gang en het trappenhuis opnieuw inrichten. De gang kreeg marmeren vloerplaten en een marmeren wandbekleding, met rococostucwerk op de wanden en het plafond. Het trappenhuis kreeg gesneden houten balusters.
Het pronkstuk in het achterhuis
Tussen de grote grachtenhuizen in de Gouden Bocht was Herengracht 524 met drie vensters naast elkaar relatief smal. Voor een monumentale indeling in het voorhuis was daardoor weinig ruimte. Alle aandacht ging naar de grote zaal in het achterhuis.
De zaal kreeg een betimmering van blank eikenhout, een schouw met witmarmeren mantel, een gestuct plafond en spiegels boven de schouw en tussen de twee vensters. Het hoogtepunt zijn de geschilderde behangsels van Jurriaan Andriessen. Voor de zaal maakte hij zes grote en twee smalle doeken en twee schilderingen boven de deuren. Samen vormen ze een weids landschap met bomen, waterpartijen, vergezichten en figuren. Tussen het groen zijn ook gebouwen en elementen uit de klassieke oudheid te ontdekken. Op de twee bovendeurstukken zijn putti afgebeeld.
De schilderingen zijn opgenomen in de eikenhouten betimmering en vormen met de schouw, spiegels, het houtsnijwerk en het stucplafond één geheel. Op een van de schilderingen zette Andriessen zijn naam en het jaartal 1771. Ook de oude parketvloer is bewaard gebleven.
Het huis wordt gemoderniseerd
In 1918 betrokken Pieter Jonas van ’s Heer Arendskerke en zijn vrouw Hélène de Montigny het huis als huurders. In hun opdracht werd het interieur aangepast aan de woonwensen van die tijd. De zaal werd salon, de binnenkamer biljartkamer en de tuinkamer eetkamer. Er kwam een badkamer met bad en warm water, de oude secreten maakten plaats voor moderne wc's en de gasverlichting werd vervangen door elektrisch licht. Pieter kocht het huis in 1926 en in 1931–1932 werd een lift aangelegd.
Na het overlijden van Pieter bleef Hélène in het huis wonen. In 1949 liet zij de schilderingen van Andriessen, de schoorsteenmantel, betimmeringen en het stucplafond van de zaal na aan het Rijk. Het Rijksmuseum kreeg daarmee de verantwoordelijkheid over de zaal. Een jaar later werd het huis door haar erfgenamen verkocht aan de Fundatie Van den Santheuvel, Sobbe. De Fundatie nam de bel-etage als kantoor in gebruik; op de andere verdiepingen kwamen onder meer een woning en archiefruimte.
In de collectie van Hendrick de Keyser
In 1995 kocht Hendrick de Keyser Monumenten Herengracht 524 van de Fundatie Van den Santheuvel, Sobbe. De Fundatie bleef de bel-etage als kantoor huren. Met de aankoop bleef een 17de-eeuws koopmanshuis met een uitzonderlijk compleet 18de-eeuws interieur behouden.
In 1996–1997 werden de verdiepingen gerenoveerd en twee appartementen gerealiseerd. Hiervoor werd onder meer het trappenhuis een verdieping hoger doorgetrokken. Ook daarna bleef Hendrick de Keyser investeren in het behoud van het huis. Zo werd het historische stucwerk gerestaureerd, kreeg het dak van het achterhuis groot onderhoud en vonden onder meer natuursteenherstel, kleuronderzoek en schilderwerk plaats.
De schilderingen van Jurriaan Andriessen zijn eigendom van het Rijksmuseum en bij Hendrick de Keyser in bruikleen.
Herengracht 524 wordt verhuurd, maar af en toe opent het huis zijn deuren voor leden van Hendrick de Keyser. Wil je weten wanneer? Houd de agenda in de gaten of abonneer je op onze nieuwsbrief.