Een bijzondere tegelvondst op de Herengracht in Amsterdam
Een groot restauratieproject door Hendrick de Keyser Monumenten begint altijd met een reeks voorbereidende stappen. Van historisch onderzoek en schetsontwerpen, locatiebezoeken en architectenoverleg tot externe adviezen en de selectie van aannemers. Dit is een proces dat maanden in beslag kan nemen. Als een restauratie dan ook daadwerkelijk van start gaat, is een van de eerste stappen de gedeeltelijke ontmanteling van het interieur van een pand. In deze stap worden alle niet-monumentale onderdelen verwijderd die na restauratie niet behouden dienen te worden, zoals gedateerde of versleten keukens en badkamers, maar ook verlaagde plafonds en voorzetwanden. Soms worden deze onderdelen ook verwijderd om de constructie van een pand in het zicht te halen en te kijken of hier eventueel iets aan moet gebeuren. Om deze reden wordt de ontmanteling ook wel ‘destructief onderzoek’ genoemd.
Tijdens dit onderzoek worden soms ook bijzondere vondsten gedaan die inzicht bieden in de bouwgeschiedenis van een pand. Denk bijvoorbeeld aan oude behanglagen, beschilderingen of verborgen stucplafonds. Vaak zijn dit zaken die worden meegenomen in de restauratieafwegingen en eventueel ook weer in het zicht worden gebracht. Maar soms staan wij door dit soort vondsten ook voor raadsels. Zo ook recent bij de gedeeltelijke ontmanteling van het interieur van Herengracht 241 in Amsterdam. In dit grachtenpand, dat in 1731 een grote verbouwing onderging, werd achter een voorzetwand op de tweede verdieping een curieuze vondst gedaan. Tegen de zijgevel bleken oude tegels, zogeheten estrikken, achterstevoren met de glazuurlaag in de specie te zijn gemetseld! De estrikken zitten keurig naast elkaar, maar ertussen bleken ook enkele aardewerken, ongeglazuurde exemplaren van een afwijkend formaat te zitten.
Zowel onze architecten als architectuurhistorici hadden geen directe verklaring voor deze wonderlijke toepassing.
Was het een vochtregulerende maatregel? Of een creatieve toepassing van een voormalige bewoner? Meestal komen tegels als estrikken op wanden voor in kelders, maar dat ze hier achterstevoren ingemetseld zitten bleef vreemd. Bij dit soort vraagstukken is het gebruikelijk dat wij vervolgens experts uit ons netwerk inzetten om te kijken of zij ons verder kunnen helpen. Mailcontact en locatiebezoek door medewerkers van de dienst Monumenten en Archeologie van de Gemeente Amsterdam bood hier uiteindelijk de uitkomst. Een bouwhistoricus kon ons melden dat hier gaat om zogeheten klamptegels, in Amsterdam ook wel ‘plakkers’ genoemd: hergebruikte, maar soms ook specifiek voor dit doel gebakken tegels die werden gebruikt om grof muurwerk uit te vlakken om het te kunnen pleisteren.
De toepassing van klamptegels is onder andere bekend uit Leiden, Haarlem en Amsterdam en hoewel wordt aangenomen dat het een wijdverspreid fenomeen moet zijn geweest zijn er in de praktijk maar weinig voorbeelden van bekend. Waarschijnlijk zit veel nog ‘verstopt’ achter latere wanden, of zijn ze in het verleden al gesloopt. Uit Leiden zijn vooral ongeglazuurde tegels bekend die waarschijnlijk specifiek voor het ‘klampen’ zijn gemaakt, maar in Amsterdam zijn wel vaker restproducten in dikke specie om muren uit te vlakken aangetroffen. Wat de klamptegels op de Herengracht bijzonder maakt, is dat hier zowel vermoedelijk uit de 17de eeuw daterende estrikken zijn hergebruikt, als dat er enkele voor dit doel gemaakte tegels zijn toegepast. Wij vermoeden dat ze hier zijn geplaatst bij de grote verbouwing van het huis in 1731, en daarmee behoren onze klamptegels tot de oudste bekende voorbeelden uit het land. Bij de aanstaande restauratie wordt gekeken of ze op een manier (deels) in het zicht kunnen worden gehouden, als luikje naar de bouwgeschiedenis van dit bijzondere pand. Zo biedt ook deze vondst een leidraad voor de visie op de restauratie van een huis van Hendrick.