Icon search Icon Facebook Icon Instagram Icon Twitter Icon LinkedIn Icon Play ANBI icon-checkbox Vriendenloterij Bijzondere-locaties Bijzondere-locaties Monument-en-Bed Monument-en-Bed Museumhuizen icon-huren-nav Museumhuizen Hendrickdekeyser Hendrickdekeyser icon-maps icon-left icon-right icon-close icon-phone-call icon-email icon-kamers icon-lijst icon-perceeloppervlak icon-plattegrond icon-woonoppervlak icon-checkmark icon-buitenruimte icon-cart icon-remove icon-quote icon-calendar icon-guests
sparrendaal

Sparrendaal

Hoofdstraat 87, 3971 KE Driebergen-Rijsenburg, Utrecht

Bekijk op kaart
Jaar van verwerving
2000
Bouwjaar
1754

Wie Sparrendaal binnenstapt, ontdekt een huis waarin bijna drie eeuwen geschiedenis samenkomen. Beschilderde behangsels, rijk stucwerk en historische vertrekken bleven bewaard, terwijl opeenvolgende bewoners het huis steeds aanpasten aan hun tijd. Ook bijzondere gasten kwamen hier over de vloer, onder wie stadhouder Willem V en koning Lodewijk Napoleon.
De geschiedenis van de huidige buitenplaats begint in 1754, toen de eerste steen werd gelegd.

Sparrendaal in 1758

Een buitenplaats voor een oud-burgemeester

Sparrendaal werd in 1754 gebouwd in opdracht van de Utrechtse oud-burgemeester Jacob van Berck en zijn vrouw Susanna le Leu de Wilhem. Een jaar eerder had Susanna een groot vermogen geërfd van haar moeder, wat de bouw vermoedelijk mogelijk maakte. Hun dochter Maria Constantia legde op 20 maart 1754 de eerste steen.

Sparrendaal kreeg de klassieke opzet van een achttiende-eeuwse buitenplaats: een vrijstaand hoofdhuis aan een groot voorplein, met aan weerszijden een bijgebouw. Deze deden oorspronkelijk dienst als washuis en koetshuis. 

Wie Sparrendaal ontwierp, weten we niet. Wel zijn er overeenkomsten met andere buitenplaatsen die rond dezelfde tijd werden gebouwd.

Gevel met verguld hekwerk

Een statige gevel in Lodewijk XV-stijl

De symmetrische voorgevel van Sparrendaal is uitgevoerd in Lodewijk XV-stijl. Een trap leidt naar de dubbele voordeur onder een pauwenvenster. Daarboven valt het middelste venster op, met een zandstenen omlijsting en een Frans balkon met verguld smeedwerk.

In 2026 werd het vergulde hekwerk aan het balkon gerestaureerd en teruggeplaatst. 

Tegenwoordig oogt de gevel vrij sober, maar oorspronkelijk was deze waarschijnlijk rijker versierd. Aan de achterzijde springt de uitgebouwde tuinzaal naar voren. Juist daar bevindt zich een van de bijzonderste interieurs van Sparrendaal.

Landschappen

Landschappen aan de wand

De indeling van Sparrendaal is afgeleid van die van een groot Amsterdams grachtenhuis. Vanuit de vestibule loopt een dwarse gang over de breedte van het huis, met aan weerszijden de verschillende vertrekken. Boven de deuren zijn reliëfs in stucwerk aangebracht met voorstellingen van de vier seizoenen. Boven de deur naar de tuinzaal verbeelden putti – kleine kinderfiguren – oorlog en vrede. Opvallend is dat een monumentale trap ontbreekt: de trap naar de verdieping ligt verscholen aan het uiteinde van de gang.

Bijzonder aan Sparrendaal is het grote aantal beschilderde behangsels op de beletage. De voorkamer rechts heeft een paarse lambrisering met daarboven geschilderde, idyllische landschappen en pastorale taferelen: voorstellingen van een geïdealiseerd leven op het platteland. De schilderingen dateren waarschijnlijk uit het einde van de achttiende of het begin van de negentiende eeuw en kwamen mogelijk in de tijd van Petrus Judocus van Oosthuyse in het huis.

De grote salon aan de tuinzijde heeft een prachtige reeks geschilderde landschappen, hier boven een groene lambrisering. De deuren gaan vrijwel helemaal op in de beschilderde behangsels. Dat deze schilderingen er niet altijd hebben gehangen, weten we dankzij een boedelinventaris uit 1790: toen hingen in deze kamer maar liefst tachtig kleinere schilderijtjes.

Tuinzaal

Vier seizoenen in de tuinzaal

Midden aan de achterzijde ligt de tuinzaal, het grootste vertrek van Sparrendaal. Hier zijn de beschilderde behangsels vermoedelijk nog afkomstig uit 1754, het bouwjaar van het huis. Boven de zachtgrijze lambrisering hangen zes grote beschilderde doeken: vier verbeelden de seizoenen en twee tonen zeegezichten. Boven de deuren zijn chinoiserieën - decoraties in Chinese stijl - op papier aangebracht.

Via dubbele deuren geeft de tuinzaal direct toegang tot de tuin. Delen van de tuinaanleg zijn zelfs ouder dan het huidige huis. Bij de bouw van Sparrendaal werd de bestaande tuin grotendeels behouden en verder verfraaid. Waarschijnlijk liet Van Oosthuyse de tuin aan het begin van de negentiende eeuw aanpassen aan de toen modieuze landschapsstijl, met slingerpaden en vijvers.

Ook op andere plekken in het huis zijn bijzondere behangsels te vinden. Op de verdieping hangen in de huidige raadzaal achttiende-eeuwse wandschilderingen met idyllische taferelen van het landleven. Ze zijn afkomstig uit een huis aan de Koornmarkt in Delft en zo geschilderd dat ze op wandtapijten lijken.

Sparrendaal werd gebouwd door de Utrechtse oud-burgemeester Jacob van Berck, op de plaats van een 17de-eeuwse boerderij. Een deel van het grote park was toen reeds aangelegd. Het nieuwe huis werd een symmetrisch blokvormig gebouw met een souterrain, twee verdiepingen en een zolder. De ingangspartijen aan de voor- en achterzijde zijn buitengewoon modieus uitgevoerd in Lodewijk XV stijl. De rest van het exterieur is sober en vormt een eenheid met de twee koetshuizen aan weerszijden van het voorplein. 
Het huis heeft een indeling, die is afgeleid van het grote Amsterdamse grachtenhuis. Het souterrain omvat het huishoudelijke onderhuis met in het midden aan de achterzijde (onder de grote zaal) de keuken. Op de hoofdverdieping komt men via de hal, die versierd is met fraai stucwerk en gemarmerde deuromlijstingen, direct in de grote zaal, die aan de tuinzijde is voorzien van een uitgebouwde erker. 

Aan de rechterzijde van de bel-etage ligt een grote suite van twee gekoppelde ontvangstvertrekken, die bij gelegenheid was te gebruiken in combinatie met de zaal. De linkerzijde is de 'daagse' zijde en wordt ingenomen door een spreekkamertje, het trappenhuis en een dienkamer bij de zaal. 
Uniek voor dit huis is het feit dat alle vertrekken van de bel-etage zijn voorzien van geschilderde behangsels. In de zaal bevinden zich zeegezichten en Chinoiserieën. De grote suite heeft een prachtige reeks met Hollandse landschappen. 

In 1805 kwam Sparrendaal in handen van P.J. van Oosthuijse die een belangrijke stempel zou drukken op de ontwikkeling van huis en park. Het jaar daarop werd het landgoed vereerd met een bezoek van koning Lodewijk Napoleon. Halverwege de 19de eeuw diende Sparrendaal als aartsbisschoppelijke residentie en vanaf 1884 was het als woonhuis verhuurd aan de familie Van Vollenhoven. In 1954 werd het huis in vervallen staat aangekocht door de gemeente Driebergen om het te bestemmen tot gemeentehuis. 

Tussen 1957 en 1962 vond een restauratie plaats door baron J.B. van Asbeck waarbij het hoofdhuis, met uitzondering van het dak, werd gereconstrueerd naar de fase van 1754. Op de verdieping werden de drie slaapkamers aan de voorzijde uitgebroken en samengevoegd tot raadzaal. Dit vertrek kreeg een nieuwe betimmering en werd voorzien van een zeldzame reeks geschilderde behangsels uit Delft, die wandtapijten imiteren. Bij de restauratie van 2002 lag het accent op de afwerking van het interieur.

Voor meer informatie zie Jaarverslag Vereniging Hendrick de Keyser 82 (2000), pp. 34-57.

 

Blijf ontdekken

met onze maandelijkse nieuwsbrief

  • Verhalen uit bijzondere monumenten
  • Activiteiten en openstellingen
  • Actueel huuraanbod
Ontvang de nieuwsbrief