Icon search Icon Facebook Icon Instagram Icon Twitter Icon Play ANBI icon-checkbox Vriendenloterij Bijzondere-locaties Bijzondere-locaties Monument-en-Bed Monument-en-Bed Museumhuizen icon-huren-nav Museumhuizen Hendrickdekeyser Hendrickdekeyser icon-maps icon-left icon-right icon-close icon-phone-call icon-email icon-kamers icon-lijst icon-perceeloppervlak icon-plattegrond icon-woonoppervlak icon-checkmark icon-buitenruimte icon-cart icon-remove icon-quote icon-calendar icon-guests

Krommesteeg 11

8081 EJ Elburg, GE

Bekijk op kaart
Jaar van verwerving
1925
Bouwjaar
1400
Elburg Krommesteeg11

De eerste nederzetting Elburg lag direct aan de Zuiderzee. Het wassende water was in 1392 aanleiding om de hertog van Gelre toestemming te vragen om het dorp landinwaarts te verplaatsen. Hierdoor is een rechthoekige plattegrond met een regelmatige indeling ontstaan. De scheve oriëntatie van het pand aan de Krommesteeg, ten opzichte van de in 1395 nieuw aangelegde hoofdstraten, suggereert dat de oudste geschiedenis van het huis verder teruggaat dan 1395. 

Het pand werd waarschijnlijk gebouwd als woonhuis voor een voorname inwoner van Elburg. Een aanwijzing hiervoor zijn de ‘loze' arkeltorens op de hoeken van de gevel, een architectonisch middel om nadruk te leggen op de voorname status van de eigenaren. In de 18de eeuw werd het gebouw in gebruik genomen als stadsboerderij. In 1885 werd het pand gekocht door A.S. Rambonnet, burgemeester van Doornspijk en archivaris van Elburg, die het monument wilde behouden. Kort daarna werd de buitenzijde hersteld. In 1925 werd de stadsboerderij door zijn zoon verkocht aan Vereniging Hendrick de Keyser. 

Tot de restauratie in 1955 bleef het huis verdeeld in een primitieve woning en een koestal. Tijdens de restauratie kon de oude indeling van het gebouw bijna geheel worden teruggevonden met een kleine provisiekelder, een relatief lage, onderverdeelde begane grond en een lage verdieping, wat duidt op een gebruik als woonhuis.

Bij een verbouwing in de 16de eeuw werden de vloerniveaus herschikt waardoor grote delen van het houtskelet verloren gingen. Zo'n 150 jaar later werd de kelder met opkamer gesloopt en ingericht als koestal met grote openslaande deuren in de voorgevel. Aan de oostzijde kwamen twee bedsteden en een betegelde schouw op de plek van het middeleeuwse rookkanaal. De verdieping en kap dienden als hooizolder.

Voor meer informatie zie Huizen in Nederland, deel IV Utrecht, Noord-Brabant en de oostelijke provincies, pp. 306-312.