Huis Hodshon is een monumentaal neoclassicistisch stadspaleis aan het Spaarne in Haarlem. Het werd aan het einde van de 18de eeuw gebouwd voor de jonge erfgename Cornelia Catharina Hodshon. Het rijk gedecoreerde interieur, met invloeden uit de klassieke oudheid, laat zien hoe architectuur werd ingezet om indruk te maken en gasten te ontvangen.
Een huis voor Keetje
Huis Hodshon werd tussen 1793 en 1795 gebouwd voor de 25-jarige, ongehuwde Cornelia Catharina Hodshon (1765–1829), bijgenaamd ‘Keetje’. Als erfgename van een aanzienlijk fortuin gaf zij de Amsterdamse stadsarchitect Abraham van der Hart opdracht een monumentaal huis aan de rivier Spaarne in Haarlem te ontwerpen.
Huis Hodshon is gebouwd op de plaats van bierbrouwerijen en is opgetrokken in een neoclassicistische stijl. De gevel valt op door de erkervormige bouw. De uitzonderlijke breedte van het huis wordt benadrukt door horizontale banden van zandsteen. Op de bel-etage zijn de grote ramen versierd met een lichtgele zandstenen omlijsting en smeedijzeren sierlijke balkons. De gevel wordt afgesloten met een zandstenen bovenstel waarop een beeldengroep is aangebracht die wijsheid (Minerva) en eendracht voorstelt.
Van straatniveau naar de bel-etage
Huis Hodshon heeft een ingang op straatniveau waar de gasten dankzij een monumentale trap naar de bel-etage worden geleid. Rond de trap bevinden zich vier ontvangstvertrekken die deels met elkaar in verbinding staan; elk vertrek is vanuit het centrale trappenhuis toegankelijk.
Van der Hart stond bij het ontwerpen van Huis Hodshon voor een behoorlijke uitdaging: een symmetrisch, monumentaal, neoclassicistisch huis creëren op een onregelmatig en ondiep perceel. Omdat het perceel aan de voorkant smaller is dan aan de achterkant, kon hij de voor- en achteringang niet op dezelfde as leggen. Het toegangshek aan de achterzijde, eveneens ontworpen door Van der Hart, is bovendien een van de vroegste voorbeelden van neogotiek uit 1792.
Ontworpen voor ontvangst
Van der Harts ontwerp is volledig gericht op representatie en het ontvangen van gasten. De dienstvertrekken zijn daarom verspreid door het huis, met als uitgangspunt dat de gast deze niet ziet.
De representatieve vertrekken op de bel-etage zijn ingericht in neoclassicistische stijl, met duidelijke invloeden van recente archeologische vondsten in Italië en Griekenland. Ook de invloed van de Engelse architecten Robert en James Adam is zichtbaar.
Die invloed komt onder meer tot uiting in de Blauwe Kamer, een monumentale ontvangstzaal met 25 pilasters met Ionische kapitelen. Door de kenmerkende blauwe kleur staat deze ruimte ook wel bekend als de Wedgwoodkamer. Tussen de pilasters bracht Johannes Josephus Martin delicaat stucwerk aan. Vier medaillons met godinnen die de seizoenen verbeelden sieren de wanden. In een nis in de lange muur staat een kolomkachel; de huidige kachel is niet oorspronkelijk.
Waarom in de collectie van Hendrick de Keyser
Huis Hodshon is een waardevolle toevoeging aan de collectie van Hendrick de Keyser Monumenten, omdat het een 18de-eeuws voorbeeld is van een groot ontvangsthuis met een monumentaal trappenhuis. De representatieve vertrekken, ontworpen door Van der Hart, zijn uitzonderlijk rijk gedecoreerd en vertonen een grote eenheid.
Het bekleden van volledige wanden met delicaat stucwerk, zoals in de Blauwe Kamer, is zeldzaam in een Nederlands interieur. Dat geldt ook voor de Etruskische Kamer. Deze ruimte is gedecoreerd met schilderwerk in terracotta-rood op een zwarte achtergrond, met motieven ontleend aan oud-Griekse vazen.
Huis Barnaart in Haarlem, ruim tien jaar later eveneens ontworpen door Van der Hart, beschikt ook over een Etruskische kamer.
Leven achter de gevel
Cornelia Catharina Hodshon
Cornelia Catharina 'Keetje' Hodshon erfde op jonge leeftijd een aanzienlijk fortuin. Haar familie vestigde zich in de 17de eeuw vanuit Engeland in Holland en was vermogend geworden in de linnenhandel.
Op 25-jarige leeftijd gaf zij Van der Hart opdracht dit huis te bouwen. Keetje bleef haar leven lang ongehuwd en woonde hier alleen, met een huishouden van waarschijnlijk tien tot vijftien bedienden. In de representatieve zalen ontving zij de Haarlemse en Amsterdamse elite.
Na haar overlijden in 1829 was het huis kort in handen van enkele particulieren.
Huis van de Hollandse Maatschappij der Wetenschappen
In 1842 werd het huis aangekocht door de Hollandse Maatschappij der Wetenschappen, het oudste geleerde genootschap van Nederland (opgericht in 1752). Het huis werd ingericht als woning voor de secretaris, met een bibliotheek en een naturaliënkabinet. Dit kabinet werd in 1866 overgedragen aan Artis.
Van rode kamer naar roze bibliotheek
De Rode Kamer behoort met de Blauwe Kamer tot de rijkst gedecoreerde vertrekken van het huis. Wanden en plafond zijn voorzien van verfijnd houtsnijwerk, stucwerk en pâtewerk, waarbij de ornamenten van de marmeren schouw in de rest van het interieur zijn herhaald. Oorspronkelijk was het vertrek uitgevoerd in een rijke kleurstelling van rood, verguld goud en wit.
Toen de Hollandse Maatschappij der Wetenschappen het huis in gebruik nam, kreeg de ruimte een nieuwe functie als bibliotheek. Rond 1885 werd de kleurstelling aangepast naar een lichtere roze toon en werden aan weerszijden van de schouw boekenkasten geplaatst.
Een nieuwe gehoorzaal voor de Hollandse Maatschappij
Ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen werd Huis Hodshon tussen 1902 en 1904 uitgebreid. In de voormalige tuin verrees een nieuw gebouw met een gehoorzaal (aula), ontworpen door het Amsterdamse architectenbureau van Jacob Frederik Klinkhamer en Bert Johan Ouëndag.
De zaal werd uitgevoerd in neorenaissancestijl met invloeden van de jugendstil. Glas-in-loodramen met de wapens van Holland en Haarlem, ontworpen door Jan Schouten, brengen licht in de ruimte. Het houten hammerbeam-plafond, een laatgotische kapconstructie van Engelse oorsprong, maakt het mogelijk een grote ruimte te overspannen.
De gehoorzaal, ook wel de aula genoemd, wordt nog altijd gebruikt voor lezingen, bijeenkomsten en andere evenementen.
Behouden voor de toekomst
Restauraties en conservering
Tussen 1996 en 1999 werden de representatieve vertrekken zorgvuldig en terughoudend geconserveerd. Daarbij werd onder meer de latere kleurwijziging van de Rode Kamer gerespecteerd.
Na de overdracht aan Hendrick de Keyser Monumenten in 2008 volgden nieuwe restauraties. De gehoorzaal, waarvan decoratieve sjabloneringen waren overschilderd of verborgen, werd in ere hersteld. Ook werd de historische keuken gereconstrueerd op basis van bouwsporen.
De teruggevonden dakbeelden
In 2012 werden de oorspronkelijke beelden van de dakbekroning, in 1981 vervangen door kopieën, onverwachts teruggevonden op een begraafplaats. Na restauratie kregen zij een plaats in de vestibule van Huis Hodshon.
Huis Hodshon vandaag
Sinds 2008 is Huis Hodshon eigendom van Hendrick de Keyser Monumenten, die historische huizen en hun interieurs beheert en behoudt voor de toekomst.
Het huis wordt sinds de 19e eeuw gebruikt door de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen, die hier lezingen en bijeenkomsten organiseert.
Openstelling en evenementenlocatie
Huis Hodshon wordt incidenteel opengesteld voor publiek, bijvoorbeeld tijdens ledenactiviteiten of tijdens Open Monumentendag.
Daarnaast kan het huis via Hendrick de Keyser Monumenten worden geboekt als bijzondere evenementenlocatie. De historische zalen vormen een sfeervol decor voor lezingen, ontvangsten, diners en andere bijeenkomsten.
Hoor Hendrick
Ontdek de verborgen verhalen achter de gevel van Huis Hodshon met Hoor Hendrick!
Beluister hieronder het fragment over Huis Hodshon en een tweede fragment speciaal over de gehoorzaal.