Architecten

Werk van onder andere de volgende architecten, bouwmeesters, ontwerpers, decorateurs en ambachtslieden is vertegenwoordigd in het bezit van de Vereniging.

A - C

  • Abe Bonnema
  • Abraham van der Hart
  • Adriaan Willeboortsz van Spierinxhoeck
  • Adriaen Sessincks
  • Alexander Jacobus Kropholler
  • Arent van 's-Gravesande
  • Arie Stahlie
  • Arnoldus van Sprang
  • Ary van Bol'Es
  • Ben Merkelbach
  • Bert Johan Ouëndag
  • Bureau Van Gendt
  • Charles Karsten
  • Christiaan Wittenbeeker
  • Cornelis van der Does

D - J

  • Dom Hans van der Laan
  • F.A. de Jongh
  • Gerrit Rietveld
  • Hendrick de Keyser
  • Hendrik Petrus Berlage
  • Huub de Bruyn
  • Ignatius van Logteren
  • Jacob Frederik Klinkhamer
  • Jan Anne Beijerinck
  • Jan Duiker
  • Jan Jansz Pety
  • Jan ten Holt
  • Joost Jansz. Bilhamer
  • Jos.Th.J. Cuypers
  • Joseph Bollina

K - Z

  • Nicolaas Johannes Adema
  • Nicolaas Molenaar
  • Pieter de Keyser
  • Pieter Noorwits
  • Pieter Post
  • Rutger van Bol'Es
  • Sybold van Ravesteyn
  • Willem G. Welsing
  • Willem van Tijen
  • Wouter Jacobsz van Sprang

Abe Bonnema (1926-2001)

Abe Bonnema, zoon van een bouwkundige, werd in 1926 in het Friese Stiens geboren. Na zijn studie bouwkunde aan de Technische Hogeschool in Delft vestigde hij een eigen bureau voor architectuur en ruimtelijke ordening, eerst in Leeuwarden, daarna in Hurdegaryp. Vanuit Hurdegaryp bouwde het bureau in heel het land.

Bonnema was een 'functionalist pur sang'. Gebouwen waren voor hem gebruiksartikelen die moesten voldoen aan de eisen van de gebruiker waarbij de vorm vanzelfsprekend de functie volgt. Vormwil, ideologie en architectuurdebatten hield hij zo ver mogelijk van zich. Eenvoud, functionaliteit, een goed gevoel voor maatverhoudingen en constructieve logica zijn kenmerkend voor het werk van Bonnema.

Abe portret 300x227

Abe Bonnema 

hurdegaryp woonhuis bonnema 300x213

Woonhuis Bonnema

Hardegarijp Rijkstraatweg 24 300x213

Woonhuis Bonnema

Met ijzeren logica en grote nuchterheid produceerde Bonnema een belangrijk oeuvre, waaronder woningen, kantoren en openbare gebouwen. Hieronder het Girokantoor en de Achmeatoren in Leeuwarden, het hoofdkantoor van de Sociale Verzekeringsbank in Amstelveen, de glazen torens van Nationale Nederlanden in Rotterdam, het kantoor voor Interpolis in Tilburg en het 'Boek' in Amsterdam. Exposities van zijn werk vonden plaats in diverse musea, waaronder Boijmans van Beuningen in Rotterdam en het Museum of Modern Art in New York.

Vereniging Hendrick de Keyser bezit het eigen woonhuis van Abe Bonnema in Hurdegaryp. Woonhuis Bonnema dateert uit 1961-1963 en behoort tot de meest opmerkelijke voorbeelden van de naoorlogse villabouw in Nederland.

Abraham van der Hart (1747-1820)

Abraham van der Hart was een vooraanstaande architect in ons land aan het eind van de 18de eeuw; de patriottentijd en de regeerperiode van Lodewijk Napoleon. Hij ontwierp gebouwen en interieurs in de stijl van het neoclassicisme. De kwaliteit van zijn ontwerpen en de uitvoering daarvan behoren tot de absolute top in deze tijd in Holland.

Abraham van der Hart 312x208

Abraham van der Hart (staand rechts)

Haarlem Huis Barnaart312x208

Haarlem - Huis Barnaart - stucplafond

Haarlem Hodshon gevel en aula 312x208

Haarlem - Hodshon Huis (foto Henk Snaterse)

Als zoon en kleinzoon van een timmerman-makelaar had hij een achtergrond in de bouwpraktijk. Hij kreeg al op dertigjarige leeftijd als stadsbouwmeester de leiding van ‘publieke werken' in Amsterdam.

Zo werden naar zijn ontwerp het Nieuwe Werkhuis en het Maagdenhuis gebouwd. Naast dit publieke ambt ondernam Van der Hart ook particuliere opdrachten. Van der Hart had geen academische opleiding doorlopen.

Toch was hij zeer goed op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in de internationale architectuur en interieurkunst. Uit zijn boekenbezit blijkt een brede interesse voor Europese neoclassicistische architectuur en zijn werk vertoont invloed uit Frankrijk, Italië en Engeland. 

Van der Hart was nauw betrokken bij de uitvoering van zijn ontwerpen. Hij voerde de directie namens de opdrachtgever, stelde bestekken op en leverde ontwerp- en detailtekeningen voor het interieur.
Rond de eeuwwisseling ondernam hij een serie particuliere opdrachten waarvan de huizen Hodshon en Barnaart in Haarlem de bekendste zijn.

Hierbij werden alle registers opengetrokken door decorateurs uit Amsterdam en Haarlem. Fraai stucwerk, betimmeringen, houtsnijwerk, schoorsteenmantels en spiegels, zijn in beide huizen vrijwel ongeschonden bewaard gebleven.

De ontvangstvertrekken hebben steeds een geheel eigen sfeer, met sterk verschillende kleuren, materialen en ornamenten.

Het Hodshon Huis (1794-1795), gelegen aan het Spaarne, kreeg onder andere een ‘Etrurische' salon, een Rode Kamer en een Blauwe Kamer, waarvan de wanden in Wedgwood-stijl zijn gedecoreerd.

Huis Barnaart werd enkele jaren later gebouwd (1804-1808). Het huis, sinds 2002 in het bezit van de Vereniging, heeft een empire interieur, één van de vroegste voorbeelden van deze stijl in ons land. Hoogtepunten zijn een ‘Etrurische' kamer, met motieven ontleend aan de Griekse oudheid, een Gouden salon met kostbare wandbespanningen en een eetzaal waarvan de wanden werden uitgevoerd in imitatiemarmer.

Arent van 's-Gravesande (ca 1610-1662)

Arent van 's-Gravesande, die zich noemde naar zijn geboorteplaats bij Den Haag, was een vroege meester in de bouwstijl van het Hollands classicisme. Net als Pieter Post werkte hij aan de paleizen van stadhouder Frederik Hendrik. Zo was hij werkzaam als timmermansgezel, tekenaar en opzichter op de paleizen Honselaarsdijk en Ter Nieuwburg. Hij werd vervolgens benoemd tot ‘controleur' in dienst van de openbare werken van Den Haag. Daarnaast had hij een eigen praktijk als meester timmerman en architect.

In 1635 maakte hij zijn eerste belangrijke ontwerp als zelfstandig architect: de Sebastiaansdoelen aan de Hofvijver. Het gebouw is één van de vroege ontwerpen in de nieuwe op Italiaanse voorbeelden geïnspireerde bouwstijl en zal de naam van Van 's-Gravesande als toonaangevend architect hebben gevestigd.

In 1638 benoemde de stad Leiden hem tot stadsarchitect, verantwoordelijk voor openbare werken en stedelijke infrastructuur, waaronder bruggen, wegen en waterwerken. In deze functie drukte hij een groot stempel op de architectuur van de stad, met gebouwen als de Marekerk, de Lakenhal, verschillende hofjes, stadspoorten, weverswoningen en woonhuizen voor particulieren.

Arent van sgravesande 312x317

Arent van 's-Gravesande

Leiden Bibliotheca Thysiana1 312x317

Leiden - Bibliotheca Thysiana (foto Roos Aldershoff)

Leiden Bibliotheca Thysiana foto Wijnanda Deroo 312x317

Leiden Biblitheca Thysiana (foto Wijnanda Deroo)

De Bibliotheca Thysiana, aan het Rapenburg in Leiden, bij testament gesticht door de jonge jurist Johannes Thysius, is één van de topmonumenten in het bezit van de Vereniging. Van 's-Gravesande tekende het ontwerp in 1654. Het is de enige wetenschappelijke bibliotheek in Nederland uit de 17de eeuw die in zijn oorspronkelijke behuizing bewaard is gebleven.

Het gebouw heeft een voorgevel met gestapelde Ionische pilasters en een uitzonderlijk gaaf bewaard gebleven 17de-eeuws interieur met voorhal, trapbordes, beheerderswoning en grote bibliotheekzaal, met oorspronkelijke inventaris en boekencollectie.

In 1655, tijdens de bouw van de bibliotheek, werd Van 's-Gravesande door malversaties gedwongen zijn functies in Leiden neer te leggen. Hij verliet de stad en was nog enige tijd werkzaam in Rotterdam en Middelburg.

Ook Pieter Noorwits (ca 1612-1669), een broer van Arent van 's-Gravesande, was een kundig bouwmeester. Huis 's-Hertogenbosch in Middelburg uit 1665, in het bezit van de Vereniging, is vermoedelijk een gezamenlijk ontwerp van Noorwits en Pieter Post.

Bureau Van Gendt (1874 - 1978)

Het Bureau Van Gendt heeft een indrukwekkende lijst aan gebouwen voortgebracht, gebouwd tussen 1855 en 1932. Het Jugendstilpand Rams Woerthe in Steenwijk, door de Vereniging verworven in 2015 is van de hand van A.L. van Gendt. Drie generaties Van Gendts hebben zeven architecten en ingenieurs voortgebracht, de drie belangrijkste zijn:

A.L. van Gendt (1835-1901) die samenwerkte met onder andere Cuypers, Springer en Klinkhamer. In 1874 startte hij zijn eigen bureau te Amsterdam, gevestigd op de Stadhouderskade 122. Het bureau werd al snel één van de grootste bureaus van Nederland. Daarnaast was er zijn broer J.G. van Gendt (1866-1925) en als derde A.D.N. van Gendt (1870-1932), zoon van A.L. van Gendt). De laatste twee waren tevens werkzaam als adviseur van de architecten Van der Mey, De Bazel en Berlage.

Arjan Bronkhorst HDK 50.0010 b

Het bureau was niet stijlvast en ontwierp in verschillende stijlen: traditionalistisch, eclectisch, historiserend, combinerend met details en versieringen die teruggrepen op de Amsterdamse school of Jugendstil. Het was geen avant-garde architectuur, maar ‘marktconforme’ ontwerpen met de klant als koning. ‘Stilistische lenigheid’, dat was de grote kwaliteit van het bureau. Organisatorisch, technisch en financieel kundig, zo karakteriseerden vakgenoten en opdrachtgevers de ‘Van Gendts'. Niet alleen het exterieur maar ook het interieur beheersten ze en waren experts op het gebied van de toepassing van een gewapend betonskelet.

Ze waren niet alleen als architect werkzaam maar ook als adviseurs betrokken bij grote bouwprojecten van bijvoorbeeld het Centraal Station (Cuypers), de Amsterdamse Stadsschouwburg (Springer), de graansilo op de Westerdoksdijk (Klinkhamer). A.D.N. van Gendt is verantwoordelijk voor het betonskelet van een groot aantal omvangrijke panden, zoals het Scheepvaarthuis (momenteel Hotel Amrât), gebouw De Bazel aan de Vijzelstraat, kantoorgebouwen van verzekeringsmaatschappij ‘ De Nederlanden van 1845’ in Den Haag en Utrecht.

Gerrit Rietveld (1888-1964)

Op 23-jarige leeftijd begon Rietveld een eigen meubelwerkplaats in Utrecht. Geleidelijk evolueerde dit atelier van meubelmakerij tot architectenbureau, gespecialiseerd in kleinschalige experimentele ontwerpopdrachten. Bij deze opdrachten, met name het bouwen en inrichten van woonhuizen, kwam zijn ambachtelijke en op detail gerichte instelling goed tot zijn recht.

In 1918 was Rietveld via de schilder Bart van der Leck in contact gekomen met de groep van kunstenaars rond het tijdschrift ‘De Stijl', waaronder Mondriaan, Theo van Doesburg, J.J.P. Oud en Jan Wils. Met hun experimenten maakten ze deel uit van de internatonale avant-garde van de moderne beweging in de kunst en architectuur. In deze tijd ontstonden zijn beroemde abstracte meubelontwerpen, waaronder de rood-blauwe stoel.

Gerrit Rietveld 312x225

Gerrit Rietveld

Blaricum Bloemlandseweg 3 foto Arjan Bronkhorst

Blaricum - Huis Hildebrand

Utrecht Erasmuslaan 9 foto Kim Zwarts

Utrecht - Erasmuslaan 9 (foto Kim Zwarts)

In 1924 kwam het Rietveld-Schröder huis tot stand, een experimenteel meesterwerk dat een icoon werd van het Nieuwe Bouwen. Net als bij zijn meubelontwerpen experimenteerde Rietveld met vlakken, lijnen en volumes en zocht hij naar nieuwe oplossingen voor de vraagstukken van het moderne wonen.

Kenmerkend voor Rietveld is het denken vanuit de plattegrond, de open relatie met de omgeving, een groot gevoel voor ruimtelijke verhoudingen en een gedetailleerde uitvoering van het interieur.

Rietveld was geen dogmatisch functionalist. Licht, ruimtelijkheid en visuele schoonheid spelen een belangrijke rol in zijn ontwerpen.

Aan de Erasmuslaan in Utrecht werd in 1930, tegenover het Rietveld-Schröder huis, door Rietveld een experimenteel huizenblok ontworpen. De woning Erasmuslaan 9, die na de bouw als ‘modelwoning' fungeerde, is in het bezit van de Vereniging en na restauratie opnieuw als zodanig ingericht met meubelen uit de collectie van het Centraal Museum.

In de jaren dertig groeide het aantal particuliere opdrachten voor het bureau van Rietveld. Zeer veel van de tot in details vormgegeven huizen en interieurs zijn echter verdwenen of verminkt. Huis Hildebrand in Blaricum uit 1935 is één van de best bewaarde Rietveld villa's. Het werd in 2002 door de Vereniging gerestaureerd en bezit nog zeer veel authentieke details. Ook het bijzondere zomerhuis Brandt Corstius in Petten dateert uit de jaren dertig.

Blariucm - Huis Hildebrand (foto Roos Aldershoff)

Blaricum Bloemlandseweg 3 Arjan Bronkhorst 900x500

Velp - Huis Slegers (foto Arjan Bronkhorst)

Velp Den Bruijl 35 Arjan Bronkhorst HDK 900x500

Ook na de oorlog bouwde Rietveld een groot aantal woonhuizen. De Vereniging bezit het zeer goed bewaard gebleven Huis Slegers in Velp uit 1954-1955. Ook dit huis is een prachtig voorbeeld van het ontwerptalent van Rietveld. Zijn laatste werk was het Vincent van Gogh Museum in Amsterdam.

Hendrick de Keyser (1565-1621)

HendrickdeKeyserDe Amsterdamse stadssteenhouwer Hendrick de Keyser, naamgever van de Vereniging, was één van de belangrijkste bouwmeesters en beeldhouwers aan het begin van de Gouden Eeuw. De Keyser was een meester in het bedenken van steeds weer nieuwe vormen en ornamenten. Zijn werk vormt een hoogtepunt van de Hollandse renaissance (ca 1550-1630). 

Hendrick de Keyser werd geboren in Utrecht in een familie van meubelmakers en schrijnwerkers en kreeg zijn opleiding bij de beeldhouwer, ingenieur en vestingbouwkundige Cornelis Bloemaert.
In 1591 vestigde hij zich in Amsterdam waar hij zijn eigen werkplaats opzette en snel een naam verwierf als veelzijdig steenhouwer en ontwerper. Zijn werkterrein kende een grote variëteit, van kleinschalig beeldhouwwerk in kostbare materialen tot grafmonumenten, poorten, decoratief steenhouwwerk voor particuliere woningen en grootschalige bouwprojecten voor de stad. De Keyser was technisch zeer ontwikkeld, experimenteerde met marmer en brons en had verschillende uitvindingen op zijn naam staan.

 

Amsterdam Huis Bartolotti 312x234

Amsterdam - Huis Bartolotti (foto Roos Aldershoff)

Hoorn De Waag 312x234

Hoorn - De Waag

Hendrik Petrus Berlage (1856-1934)

Door in zijn theoretische verhandelingen, voordrachten en markante ontwerpen te breken met de 19de-eeuwse bouwkunst van de neostijlen speelde Berlage een sleutelrol in de architectuur omstreeks 1900. Zijn werk als architect, stedebouwkundige en schrijver over architectuur was van internationale betekenis.

Berlage studeerde een jaar aan de Rijksacademie in Amsterdam en daarna bouwkunde in Zürich. Na het voltooien van zijn studie reisde hij door Oostenrijk, Duitsland en Italië. Terug in Amsterdam werd hij aangenomen op het bureau van Theo Sanders waar hij werkte in neorenaissance-stijl. Vanaf 1889 was hij zelfstandig gevestigd.

Berlage 312x290

Hendrik Petrus Berlage

Usquert foto Roos Aldershoff 312x290

Usquert - Raadhuis (foto Roos Aldershoff)

Amsterdam De Burcht 312x290

Amsterdam - 'De Burcht' (foto Roos Aldershoff)

Beïnvloed door de Engelse Arts and Crafts beweging en de Nederlandse 'nieuwe kunst', ontwikkelde Berlage een geheel eigen, ‘rationele' baksteenstijl. Hij streefde daarbij naar een vormgeving geïnspireerd op ambachtelijkheid en de zichtbare constructiewijze. Decoratieve elementen moesten, in theorie, ondergeschikt zijn aan de constructie.

Het oeuvre van Berlage omvat kantoren, villa's, openbare gebouwen, sociale woningbouwprojecten en stedenbouwkundige ontwerpen. In 1900 was hij medeoprichter van de firma 't Binnenhuis, waar meubelen, gebruiksvoorwerpen en lampen werden vervaardigd en verkocht, een initiatief om het niveau van de kunstnijverheid op een hoger plan te brengen.

Bij de uitvoering van zijn grote architectonische ontwerpen werkte Berlage samen met beeldhouwers, ambachtslieden, schilders en schrijvers en streefde hij naar een ‘totaalkunstwerk' dat een gemeenschappelijke sociale visie tot uitdrukking bracht.

Hoogtepunt in dit streven is de grote Koopmansbeurs op het Damrak in Amsterdam uit 1896-1903.

Andere beroemde ontwerpen zijn het Jachtslot Sint Hubertus, het Haags Gemeentemuseum en het uitbreidingsplan voor Amsterdam-Zuid.

Het gebouw voor de Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkersbond (ANDB), het eerste vakbondsgebouw in ons land, ‘een burcht voor de arbeid', uit dezelfde tijd als de beurs, is een goed voorbeeld van een gedetailleerd totaalkunstwerk. Het is sinds 2007 in het bezit van 'Hendrick de Keyser'.

Het uitzonderlijk gaaf bewaarde Raadhuis van Usquert, een werk uit 1928-1930, is sinds 1990 in bezit van de Vereniging. Het gerestaureerde interieur is een prachtig voorbeeld van de late ontwerpbenadering van Berlage.

Jan Duiker (1890-1935)

Jan DuikerDe jong overleden architect Jan Duiker speelde een vooraanstaande rol in de opkomst van de moderne architectuur in ons land in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Ondanks zijn vroege overlijden liet Duiker een kwalitatief uitzonderlijk oeuvre na.

De Vereniging bezit met de Derde Ambachtsschool in Scheveningen één van de hoogtepunten uit zijn werk, een vroeg experiment in betonbouw in ons land.

Jan Duiker studeerde bouwkunde in Delft en begon in 1916 met Bernard Bijvoet een architectenbureau. Ze werden bij de uitvoering van hun ontwerpen vaak geassisteerd door de ingenieur en betonspecialist Jan Gerko Wiebenga. Net als veel van zijn generatiegenoten was Duiker in zijn eerste jaren onder de indruk van het werk van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright, wat duidelijk uit zijn werk blijkt.
De doorbraak van Duiker kwam, na het winnen van een aantal prijsvragen, met de bouw in 1926-1928 van sanatorium Zonnestraal, op de heide even buiten Hilversum, dat met zijn grote glazen gevels, betonconstructie, overstekende daken, en open plattegrond een symbool is geworden van het Nieuwe Bouwen. Het symmetrische gebouw is geheel gericht op het vangen van zonlicht.

Scheveningen Zwaardstraat 16 Derde Ambachtsschool 900x675

Duiker was ondertussen prominent lid van de architectengroep ‘De 8', de Amsterdamse kern van het Nieuwe Bouwen, en publiceerde als hoofdredacteur veel in het blad ‘De 8 en Opbouw'. Samen met Wiebenga realiseerde hij in 1928-1930 in Den Haag de Nirwanaflat. Het uiterst moderne flatgebouw, geïnspireerd op voorbeelden uit de Verenigde Staten, was volgens Duiker in zijn pamflet ‘Hoogbouw' de woonvorm van de toekomst.

De beroemde transparante Openluchtschool in Amsterdam-Zuid, was opnieuw een experiment in betonbouw, waarbij les gegeven kon worden op terrassen in de open lucht.

Het ontwerp van Duiker voor de Derde Ambachtsschool in Scheveningen, sinds 2004 in bezit van de Vereniging, ontstond na een lange aanloop in dezelfde periode als de Nirwanaflat en de Openluchtschool. Het markante gebouw is een uitzonderlijk voorbeeld van het experimentele bouwen in beton, glas en staal. Het dragende betonskelet maakte een vrije indeling van de lokalen mogelijk.
In 1934 bouwde Duiker de Cineac bioscoop in Amsterdam. In hetzelfde jaar begon hij aan het ontwerp van hotel-theater Gooiland in Hilversum, dat na zijn overlijden voltooid werd door Bijvoet.

Joseph Bollina (ca 1700-1760)

De 18de eeuw wordt wel eens het ‘architectenloze tijdperk' genoemd. Niet omdat er niet gebouwd (of verbouwd) werd, maar vooral omdat ontwerpen vaak tot stand kwamen in samenwerking tussen opdrachtgevers, timmermansbazen, metselaarsbazen en ontwerpende decorateurs als stucwerkers, houtsnijders, schilders, beeldhouwers en andere ambachtslieden. Er werden door de economische en politieke situatie in deze tijd vooral woonhuizen gebouwd en weinig openbare gebouwen.

Bij de belangrijkste particuliere opdrachten werd kwalitatief op zeer hoog niveau gewerkt: de cultuur van het rijk gedecoreerde patriciërshuis en de buitenplaats bereikte een hoogtepunt. De Vereniging bezit veel fraaie voorbeelden, zoals Sparrendaal in Driebergen, Gortstraat 30 in Middelburg, Bovenbeekstraat 21 in Arnhem en Noordeinde 5 in Monnickendam.

Delft Oude Delft 49 Arjan Bronkhorst 470x706

Delft - Oude Delft 49 (foto Arjan Bronkhorst)

Delft Oude Delft 49 Arjan Bronkhorst 470x706 2

Delft - Oude Delft 49 (foto Arjan Bronkhorst)

Delft Oude Delft 49 Arjan Bronkhorst 470x706 3

Delft - Oude Delft 49 (foto Arjan Bronkhorst)

Timmermansbazen en metselaarsbazen traden vaak op als aannemers en als speculanten op de woningmarkt. Zij schakelden wisselende ploegen van ambachtslieden in voor de uitvoering van hun bouw- en verbouwprojecten. De getalenteerde ontwerpende en uitvoerende kunstenaars zijn vaak niet meer bekend, bouwploegen kunnen zelden worden gereconstrueerd.

Toch zijn er ontwerpers, architecten en decorateurs wiens namen in het uitgebreide 18de-eeuwse bezit van de Vereniging opduiken. De Delftse beeldhouwer, stucwerker en architect Joseph Bollina is een voorbeeld. Van zijn hand zijn enkele zeer boeiende ontwerpen. Bollina was net als veel andere vooraanstaande stucwerkers in de Republiek afkomstig uit het Italiaans-Zwitserse grensgebied. Aanvankelijk werkzaam in Den Haag, verhuisde hij in 1732 naar Delft. Twee van zijn bekendste werken zijn in het bezit van de Vereniging: het gebouw van de Fundatie van de Vrijvrouwe van Renswoude aan de Oude Delft en het Proveniershuis in Schiedam, beide begonnen in 1756.

Joseph Bollina was niet alleen de uitvoerend kunstenaar van het uitzonderlijk rijke rococo stucwerk in de regentenkamers van het grote Delftse Fundatiehuis, maar tekende als architect de ontwerpen, stelde de bestekken op, leverde het beeldhouwwerk in hout en steen en hield toezicht op de bouw namens de regenten.
In Schiedam was hij betrokken bij de architectonische uitwerking van het Proveniershuis, een ontwerp van de plaatselijke stadsbouwmeester Ary van Bol'Es. De hand van Bollina is vooral in de gevelarchitectuur te herkennen. Hij kreeg betaald voor het beeldhouwwerk van de voorgevel en leveranties van natuursteen.

Pieter Post (1608-1669)

De Vereniging bezit twee ontwerpen van Pieter Post, een gevierde architect in het midden van de 17de eeuw.

Pieter PostPieter Post ontwierp gebouwen in de stijl van het Hollands classicisme (ca 1630-1700), de architectuurstijl die vanaf omstreeks 1630 populair werd. Post was een vroege meester in deze stijl die ontstond uit een hernieuwde bestudering van de klassieke en Italiaanse architectuurtheorieën.

Als zoon van een Leidse ‘glazenier' was hij opgeleid als schilder in Haarlem. In de jaren dertig raakte hij als medewerker van de architect en hoveling Jacob van Campen betrokken bij twee belangrijke bouwprojecten in Den Haag: het huis van Constantijn Huygens en het huis van Johan Maurits van Nassau-Siegen, beter bekend als het Mauritshuis.
Als bouwopzichter, tekenaar en architect werkte hij vervolgens mee aan vele paleizen en adellijke huizen.

De Vereniging is in het bezit van De Nederhof, een vleugel van Paleis Honselaarsdijk, eens het meest prestigieuze paleis van de Oranjes. Vanaf 1640 overzag Post de bouw van Paleis Noordeinde en in 1645 werd hij benoemd tot hofarchitect van stadhouder Frederik Hendrik. In dit laatste jaar leverde hij het ontwerp van Huis ten Bosch, een ‘villa suburbana' in het Haagse Bos naar Italiaans voorbeeld.

Sybold van Ravesteyn (1889-1983)

Sybold van RavesteynEen groot deel van het oeuvre van de vooraanstaande nieuwzakelijke architect Sybold van Ravesteyn is gesloopt of ingrijpend verbouwd. Het is daarom zeer bijzonder dat het woonhuis dat Van Ravesteyn in 1932 voor zichzelf ontwierp, Prins Hendriklaan 112 in Utrecht, en dat door hem tot 1983 werd bewoond, in gave staat in het bezit is gekomen van de Vereniging.

Van Ravesteyn stond in 1932 eigenlijk nog aan het begin van zijn loopbaan als architect. Hij was in Delft opgeleid tot civiel-ingenieur en trad in 1912 als constructeur in dienst van de spoorwegen.
Zijn specialisme was het construeren in staal en beton. Aangemoedigd door zijn vrouw ontwierp hij zeer vooruitstrevende houten en stalen meubels. In de jaren twintig ontstonden zijn contacten met Gerrit Rietveld en J.J.P. Oud, medestanders in de avant-garde van moderne beweging. Met zijn meubelen en een reeks opdrachten voor de spoorwegen in staal, beton en glas, waaronder diverse seinhuizen, vestigde Van Ravesteyn in deze tijd zijn naam als één van de belangrijkste ontwerpers van het Nieuwe Bouwen (1920-1960).

In de jaren dertig was Van Ravesteyn echter ook één van de meest controversiële architecten onder vakgenoten.
Hij experimenteerde met een vrijere, minder dogmatisch functionele vormgeving, introduceerde golvende lijnen en ornamenten en kwam tot een sierlijk, expressief functionalisme. Zijn eigen huis is een voorbeeld van zijn overgang van strenge nieuwe zakelijkheid naar een vrijere vormgeving.

Willem G. Welsing (1858-1942)

architect Willem WelsingWillem G. Welsing werd geboren in Arnhem als zoon van een timmerman. Hij kreeg een bouwkundige opleiding in Duitsland en werkte vanaf 1880 als chef de bureau bij het architectenbureau G.B. en A. Salm in Amsterdam.
Voor dit bureau was hij onder andere betrokken bij de bouw van het Aquariumgebouw in Artis (1882) en de Villa Nienhuys aan de Herengracht (1888). 

In 1891 vestigde hij zich als particulier architect te Amsterdam, waar hij onder meer een groot winkelhuis bouwde aan het Koningsplein en voor de Vereniging 'Geloof en Wetenschap' het pand Herengracht 415. In 1896 verhuisde hij naar zijn geboortestad Arnhem, waar hij de vaste architect werd van het Elizabeths Gasthuis. In 1906 bouwde hij daar voor de firma De Gruyter een winkelhuis in de Bovenbeekstraat.

Deze samenwerking moet zeer goed zijn bevallen, want in de navolgende jaren bouwde Welsing voor De Gruyter vele  winkels. Als huisarchitect van De Gruyter bouwde niet alleen winkels maar ook fabrieksgebouwen in Den Bosch en villa's voor de familie.

Welsing maakte als architect een ontwikkeling door die karakteristiek is voor de kunstenaars van zijn generatie. Aanvankelijk bouwde hij in neorenaissance stijl. Vanaf 1900 onderging hij de invloed van Berlage en De Bazel. Zijn winkels zijn vaak vormgegeven in art deco stijl, waarbij veelvuldig gebruik is gemaakt van bouwkeramiek van de Porceleyne Flesch in Delft.

De winkel Beeklaan 303 in Den Haag, in het bezit van de Vereniging, is daarvan een van de eerste voorbeelden. De winkelinterieurs voor De Gruyter waren befaamd om hun luxe afwerking.

Willem van Tijen (1894-1974)

Architect Willem van TijenArchitect Willem van Tijen, iets jonger dan zijn tijdgenoten Rietveld, Duiker en Van Ravesteyn, had een avontuurlijke opleidingstijd. Hij reisde onder andere naar Rusland, werkte in de mijnbouw en de irrigatie, op Sumatra en in Amerika, en studeerde civiele techniek in Bandung op Java.
Een ernstige vorm van kinderverlamming dwong hem tot terugkeer naar Nederland, waar hij zich eind jaren twintig verdiepte in het vraagstuk van de volkshuisvesting en zich aansloot bij het Nieuwe Bouwen, de moderne beweging in de architectuur. Dit was het begin van een loopbaan die uitmondde in een bloeiende architectenpraktijk.

Van Tijen, die nooit een bouwkundige opleiding had genoten, werkte aanvankelijk steeds in wisselende combinaties met andere architecten van het Nieuwe Bouwen, waaronder J.H. van den Broek en L.C. van der Vlugt. Met Van der Vlugt bouwde hij in 1933 de beroemde Bergpolderflat in Rotterdam, één van de eerste hoogbouwprojecten van ons land. De flat werd opgebouwd uit een staalskelet waaraan geprefabriceerde elementen, als balkons, galerijen en trappen, waren gemonteerd.

Tussen 1937 en 1954 associeerde Van Tijen zich met architect H.A. Maaskant. Zo werkte hij na de oorlog met Maaskant aan het enorme woongebouw Zuidplein in Rotterdam, aan het beroemde Rotterdamse Groothandelsgebouw en aan het Nationaal Luchtvaartlaboratorium in Amsterdam. Het grote naoorlogse oeuvre van Van Tijen omvat vele grootschalige woningbouwprojecten, onder andere in Rotterdam, Delft en Vlaardingen.

Een enkele keer bouwde hij in opdracht van een particulier een villa of een buitenhuis. In deze categorie past de ‘bungalow' voor de familie Van Raalte in Hillegersberg uit 1961, dat in vrijwel de authentieke staat bewaard is gebleven. Het is een gaaf voorbeeld van het moderne wonen in de jaren zestig.

Karakteristieke elementen van het huis zijn de platte vorm, de overstekende daken, het metselwerk in witte steen, de grote glaspuien met stalen ramen in houten kozijnen, en de open plattegrond met wisselende vloerniveaus.

Rotterdam Glazoenowlaan 3