Prins Hendriklaan 112
3584 ES Utrecht
Bijzonderheden:
Provincie:Utrecht
Bouwjaar:1933
Jaar van verwerving:1996
Restauratiejaar:1999
Architect:Sybold van Ravesteyn
Bouwstijl:Nieuw Zakelijk
Gebouwtype:

Utrecht, Prins Hendriklaan 112

Utrecht Prins Hendriklaan 112 2
Utrecht Prins Hendriklaan 112 2

In 1932 ontwierp de architect Sybold van Ravesteyn (1889-1983) dit woonhuis voor zichzelf. Hij bleef er tot 1981 wonen. In 1996 werd het huis door zijn zoon Charles overgedragen aan Vereniging Hendrick de Keyser onder de voorwaarde dat het huis en inrichting ongewijzigd zullen blijven. 
Het vrijstaande huis is ontworpen in de stijl van het Nieuwe Bouwen. Het pand is opgetrokken in gele baksteen met stalen deuren en kozijnen. Van Ravesteyn ontwikkelde gaandeweg een voorliefde voor ronde en krullende vormen en bij dit huis is hiervan de eerste aanzet te zien. 

De plattegrond heeft een onregelmatige vorm. De begane grond bestaat uit een grote leefruimte, een hal, keuken, bijkeuken en garage. De woonkamer beslaat één grote ruimte waar plaats is voor het woon-, eet- en werkgedeelte. De grenzen worden slechts aangegeven door belijningen op de vloer en het plafond. De werkhoek heeft een verlaagde lichthemel omdat Van Ravesteyn hier voornamelijk in de avonduren werkte. 


Utrecht Prins Hendriklaan 112 3
Utrecht Prins Hendriklaan 112 3

Op de verdieping zijn drie slaapkamers, een badkamer en een dakterras. Het ronde raam in de ouderslaapkamer paste de architect ook veelvuldig toe in zijn stationsarchitectuur. 
Het huis is eenvoudig van constructie en zelfs uitgesproken sober in de afwerking. Het ijzerwerk van de ramen en de deuren, de trapleuning, het verchroomde traphekje en de aluminiumplinten werden vervaardigd in de constructiewerkplaats van de spoorwegen. Voor de vele kasten is gebruik gemaakt van oregon-pine triplex. Waarschijnlijk wilde de architect een huis bouwen met bescheiden middelen waarin het prettig was om te wonen. 

Voor meer informatie zie Huizen in Nederland, deel IV Utrecht, Noord-Brabant en de oostelijke provincies, pp. 443-449. Zie ook Jaarverslag Vereniging Hendrick de Keyser 79 (1997), pp. 42-59.