Bouwers in het verleden
Timmerlieden
Huizen werden in de Nederlanden tot ver in de renaissance in hout opgetrokken en afgewerkt. Ook toen baksteen al lange tijd toegepast werd, hadden de huizen houtskeletten met houten puien, stijlen, moer- en kinderbalken, houten vloeren, kozijnen en kapconstructies. Hout was dan ook lange tijd het belangrijkste bouwmateriaal en het woord timmeren omvatte in de middeleeuwen alle bouwactiviteiten. .jpg)
Eiken-, grenen- en vurenhout werd door houtkopers ingevoerd uit Duitsland, de Ardennen, Scandinavië en de landen aan de Oostzee. De aanvoer naar marktplaatsen als Dordrecht, Deventer, Amsterdam en later naar de houtmolens in de Zaanstreek, geschiedde over het water per vlot of schip. In deze plaatsen werd het hout door houtzagers of balksnijders bewerkt van boomstam tot timmerhout en doorgeleverd aan huistimmerlieden, scheepstimmerlieden, schrijnwerkers en meubelmakers. Deze ambachtslieden hadden vastgelegde specialisaties en waren georganiseerd in de gilden.
Timmerlieden maakten bij hun werk gebruik van een groot aantal instrumenten, als zagen, bijlen, hamers, beitels, dissels, schaven, boren, winkelhaken, passers en schietlood. De huistimmerlieden maakten onderdelen van omvangrijke gebouwconstructies, zoals balkconstructies en kappen, soms op grote afstand van hun bouwopdracht gereed. Deze constructies werden uit elkaar genomen en als een bouwpakket ter plaatse gemonteerd. De vele onderdelen moesten daarom worden gemerkt. In oude kappen van huizen in het bezit van de Vereniging worden dan ook vaak ‘telmerken' aangetroffen. Deze werden door de meester timmerlieden in het hout gekrast of gegutst om de onderdelen die bij elkaar hoorden te herkennen. 
Niet alleen constructies maar ook deuren, trappen, schouwen, kozijnen en luiken waren het werkterrein van de huistimmerlieden. De gildeproef voor een huistimmerman behelsde vaak het maken van een kozijn. In de 17de en 18de eeuw domineerden timmermansbazen uit de grote steden, in concurrentie met enkele grote metselaarsbazen, de Nederlandse huisbouw. Ze traden op als aannemers, overlegden met de opdrachtgevers, maakten bestekken en gaven leiding aan ware bouwbedrijven.